Het tijdschrift Extaze bracht in 2016 een nummer over vrouwen 'die met de pen in de hand een kentering teweeg hebben gebracht', een bewaarnummer met schrijvende vrouwen uit alle eeuwen. Van Betje Wolff en Aagje Deken tot Annie Schmidt.
Tijdloos. Ik kwam door een stuk van de Vlaamse Charlotte d'Eer bij de dertiende-eeuwse Antwerpse begijn en mystica Hadewijch. Wat die schrijft is niet voor misverstand vatbaar, al hulde men haar graag in nevelen. Had ze visioenen? Zo kun je het noemen. Veiligheidshalve, denk ik, ze werd soms voor ketter aangezien.
Neem haar zevende visioen, over haar eenwording met Christus. Nadat ze beschreven heeft hoe ze schokt en beeft van verlangen naar Hem, komt hij tot haar:
'Daarna quam Hi selve te mi, ende nam mi altemale in sine arme ende dwanc mi ane Hem; ende alle die lede die ic hadde gevoelden der siere in alle hare genoegen na miere herten begerten na miere menscheit. Doen werdic genoeget van buten in allen vollen sade. (...), maar saan in corter uren verlosic dien schonen man van buten in siene in vormen, ende ic sachen (...) al smelten in een, sodat icken buten mi niet en conste bekinnen noch vernemen, ende binnen mi niet bescheden. Mi was op die ure ochte wi een waren sonder differencie.'