Van planten weet ik wat jongetjes nodig hebben voor het bouwen van hutten, zoals de bijvoet, waarmee je wandjes kunt vlechten. Belangrijk was de vlier, uit de takken waarvan je het merg kon schrapen om de pijlen van je pijlenboog te verzwaren.
't Is vlierbessentijd nu. Van Ria Lohuizen, de vriendin van W.G. (Max) Sebald die aan zijn vertaalinstituut in Norwich werkte hoor ik over Sebalds grootvader, die hem in het Allgaü waar ze woonden leerde wat eetbaar was in het veld en in de schaarse oorlogsjaren voor het gezin kookte. Vlier was vitaminerijk, maar je kon er ook inkt van maken. Je kon de bessen ook inmaken.
De vlier Is vanouds een mythische boom of struik. je kunt een afgebroken vliertak zo in de grond steken, dan schiet hij wortel.
De vlier is de 'gastboom' van het 'Judasoor' een eetbare paddenstoel. Die zo heet omdat Judas zich na zijn verraad aan een vlierboom ophing.
De vlier wordt beschermd door de Witte Godin Diana die de deur naar de onderwereld en de dood bewaakt. Zeer geneeskrachtig ook, vlierbessensap! Sebald maakte er eens een soepje van voor Ria Loohuizen.
Lees ook Reizen en avonturen van mijnheer Prikkebeen, van J.J.A. Gouverneur. Als hij aan de Noordpool als een plank bevroren raakt weet zijn vreselijke zuster Ursula wel raad:
'Al wat zij bedenken kan,/ Doet zij voor den armen man/ Kommen vlierthee, kokend heet,/ Giet zij in hem. 't Klamme zweet breekt weldra den sukkel uit/ En ontdooit zijn harde huid.'