Voetbal op IJsland

 Het is ver weg wat er op de Russische velden gebeurt. Het dichtst bij het voetbal dat ik ken komt het IJslandse elftal. Uit het land met 334.000 inwoners waar maar twee maanden per jaar gras groeit.

 Zij verplaatsen je naar het vierde veld van mijn club Quick Haag, waar ik bij het licht van een enkele lamp op een half veld de training meemaakte van de Luxemburger wiens naam ik nergens terugvind. Hij had in het nationale team van Luxem­burg gespeeld en schreeuwde ons steeds maar toe, half in het Duits: 'Sch­nel­leeer!

 Het eerste veld is dan niet ver en daar staat op zondag de legendarische stopperspil, de reus Jan Holtappel, bijgestaan door keeper Thijs Duran (‘Thijs!’) en linksback Lo Pauli (‘Lodewijk!’). Holtappel kopt alle voorzetten weg. Wij jongens fluisterden: 'Hij heeft een baksteen in z'n voorhoofd.'. En dan lees ik nu in de krant dat koppen niet gezond is

 Als het veld tenminste niet is afgekeurd door de KNVB-consul, wat je kunt gaan lezen achter het raam van de sigarenzaak op het Valkenboschplein, naast De Sierkan.

 Cor Gout kent de hele opstelling van Quick nog van buiten. Jan ten Hoopen midvoor, Dick Duson linksbuiten.

 En dan zijn er mensen die niet begrijpen wat dezer dagen zoveel volk naar de schermen en de velden drijft.