Voordeur

 Een vriendin op huizenjacht bezocht een te koop staand huis. Maar wees het tenslotte af. Nadat ze toch na een eerste bezichtiging positief gestemd was. Waarom, vroeg ik? 'De voordeur beviel me niet. Beetje griezelige voordeur.'

 Ik heb die voordeur gezien en kan niet anders dan haar gelijk geven. Het was een enge voordeur, met zwaar gotisch houtwerk en smeedijzer. Voordeuren wegen zwaar. Als ik voor een voordeur sta, sta ik voor alle voordeuren waar ik ooit voor heb gestaan. Voor een voordeur sta je niet rustig, de eerste keer al helemaal niet. Aanbellen bij vreemden betekent eerst vergewissen.

 Huisluchtjes komen door de brievenbus. Ik kijk naar naamplaatjes. Voornamen stellen niet gerust, evenmin als onbescheiden lettertypes. Wat heeft een voorbijganger er mee te maken hoe je van je voornaam heet? Hoe lang woont hij er al? Hoe verroest zijn de schroefjes. Een voordeur is een visitekaart van hout. De bewoner stelt zich voor met naam, adres, smaak en graad van welstand.

 Er zit een eenvoudige drukbel naast. Goddank geen microfoontje waarin je je naam moet zeggen na 'wie daar'. Mij is geleerd dat te lang op de bel drukken niet hoort. Wanneer iemand dat bij ons thuis deed was het 'jaja, ik kom al, we zijn niet doof'. Het was zaak de knop niet te lang, maar zeker ook niet te kort in te drukken, een krachtig, beschaafd signaal af te geven, een geluid als een geoefende handdruk. Vaste bezoekers waren herkenbaar aan hun karakteristieke belletje.

 Maar ik ben hier voor het eerst. Te kort is zeker ook niet goed. Dan krijg je: 'O, ik dacht dat er gebeld werd, even kijken...'. Maar het ergste is meer dan een keer bellen. Dat mag alleen als er brand is. Zo ben ik vaak, na een mislukt, te kort, eerste belletje waarop geen reactie volgde, bij vreemde huizen weggelopen. Ik herinner me de man die vertelde hoe hij bij kennissen werd opengedaan met de tekst 'O, ben jij het'. Wij werden het er over eens dat dat wel de ergste begroeting was. 'O ben jij het.'

 En dan. Hoe laat is het eigenlijk? Wij spraken af op woensdag. Maar is het woensdag? Was het deze woensdag? Voor een voordeur twijfel je aan alles. Half negen? Half tien? Ik?