Voordeur

 Op de voordeur aan Frankenslag 178 in Den Haag, waar ik wel logeerde in het kamertje boven de vestibule, stond in witte  sierletters geschilderd Dr.W.J.Noordhoek. Ik ben naar hem vernoemd.

 En hij was gepromoveerd op een boek dat 'Gellert und Holland'. heette. Gellert was een 18de eeuwse schrijver van Lafontaine-achtige fabelen. Ook in Holland populair.

 'Dat onderwerp was nog vrij,' zei mijn vader laatdunkend. Hij was ook leraar Duits geworden, maar nooit gepromoveerd. Op het omslag van zijn enige publikatie, het lesboek Die Sprache der Mitte staat nadrukkelijk Drs. A.J.Noordhoek. Pijnlijk genoeg naast de naam van de vriendelijke oom Wil. Dr.W.H.A.Koenraads. En ja, het omslagontwerp is van mij, want ik tekende.

 En zo kwam het dat regelmatig, tot midden in de nacht werd aangebeld op de Frankenslag als er weer een aanrijding was geweest op de nabije kruising met de Statenlaan. En dat dan panisch werd gevraagd of 'de dokter onmiddellijk kon komen'.

 Waarop mijn grootmoeder, die zo had aangedrongen op het deftige opschrift, moest uitleggen dat hier geen medicus woonde.

 Maar het proefschrift - nu pas doorbladerd - is zeer leesbaar en mengt zich - zeer belezen - in de 18de eeuwse strijd tussen gevoel en verstand. Ik heb nu een andere grootvader: intelligent, gevoelig ook. Wij wandelen anders naar het Gemeentemuseum.