Het ons omringende. Hoe je het waarneemt, aanvoelt, hoe het je omgeeft. Dat laatste vooral. Het is om je en het geeft je iets. Als een warme deken een ziek kind. Zo gaat Saskia Stehouwer In haar tweede bundel Vrije uitloop om met het haar omringende, omgevende. Die vrije uitloop is een grapje uit de wereld van de scharrelkip. De zintuigen worden losgelaten, hun eerste indrukken op onbekend terrein genoteerd. Als de eerste gewaarwordingen van een pasgeborene. Zoals in 'het rumoer van zomaar een lichaam':
je bent op je best/ als je ziet waar je staat
je hart de trommel van je wijsgeer/ die het beter weet maar niet kan praten/ rondstampt zoals de dikke bovenbuurman/ op weg naar oplossingen in de koelkast
rol je verhaal op/ en leg het naast je neer
in de dans zit een moment/ waarop de dansers niet bewegen/ maar de dans doorgaat in hun ogen/ iemand wordt opgetild/ en verderop neergezet/ uit zijn hoofd steekt een voet
rol je verhaal op en leg het naast je neer/ een toeschouwer zal het voor je weggooien
de huizen maken zich los van hun straat/ een vogel verandert in een zwerm