decors.. de kapsalon..

Vuurwerk bij daglicht

 Zo heette de bizarre film Black Coal van de Chinees Diao Yinan oorspronkelijk. Er is een verhaal als kapstok. Maar wat daaraan hangt blijkt een ode aan film.  

 Black coal is vooral een buitensporig mooie en grappige - maar ook spannende - film over film. Er komt zelfs een affiche voorbij van een voorstelling van 'oude films'.

 De decors zijn die uit oude Franse policiers, film noirs: de stomerij waar alles om draait, het truitje van het meisje uit de stomerij en haar lipstick voor ze de zaak opent. Eetgelegenheden met noedels in een aftandse provinciestad in ijzig Noord-China. Industrie, sneeuw, ijs en verwarring. Bijzaken worden hoofdzaken.

 In 1999 was inspecteur Zhang afgedankt omdat hij zich z'n pistool liet ontfutselen en beveiliger geworden. Wat volgt is het verhaal van de sukkel die zich revancheert. Zijn motor wordt gestolen, hij wordt in elkaar geslagen, maar tenslotte lost hij de zaak vijf jaar later op.

 Van het een komt voortdurend het ander, in zeldzame escalaties. Kortweg het meisje Li van de stomerij krijgt een beschadigde leren jas en geeft hem terug met een vlek. Ze moet de schade betalen maar kan dat niet. De eigenaar verkracht haar, zij doodt hem. Haar vriend verspreidt de lichaamsdelen. Neemt identiteit van de vermoorde aan, wordt een levende dode. Doodt ook nog eens iedereen die zijn vriendin te na komt. Schaatsen als moordwapen. Huh?

 Hij werkt op de weegbrug voor vrachtwagens wat de verspreiding van lichaamsdelen vergemakkelijkt. Huh?

 Waar 't om gaat is sneeuw, eethuisjes, een kapsalon, een ijsbaan, dansles en industrie. Kolen, noedels en vuurwerk. Alles vies en afgetrapt. Zo spreken de decors van Vuurwerk bij daglicht. Toch een betere titel omdat de film er, heel verrassend, ook mee eindigt.