Waardeloos materiaal

 De drie jonge jaren dat ik woonde in de toenmalige 'Volkshogeschool' het Huis te Eerbeek stond mijn bed in het zg. 'sprekerskamertje' waar houders van lezingen werden ondergebracht, als die er waren. De Volkshogescholen - een Skandinavisch initiatief - zijn uit Nederland verdwenen. Volksverheffing vergeten.

 Meestal was het dan de schilder en ontwerper Ad Pieters, brenger van het evangelie van het Doehetzelven. Veel piriet en raffia. Wat ik vooral onthouden heb is dat iedereen creatief was. Ik ook. Maar, was Pieters er dan moest ik op zolder slapen.

 Elke zaterdag kwam een autobus van de VAD, de Veluwse Autodiensten gevuld met een nieuwe groep Plattelandsvrouwen of arbeiders van de AKU het grint op gereden om een week te gaan sporten, in de tuinen werken en lezingen aan te horen.

 Maar het doehetzelven was de kern. En dat draaide bij Pieters vooral om wat heette 'waardeloos materiaal'. Waar je toch juist nog leuk creatief mee in de slag kon gaan. Paper mache was belangrijk, maar ook poppetjes maken van gekauwd en daarna geverfd witbrood. Het toppunt was een constructie van  spiraalvormig geknipt papier en pitriet, die je op een breinaald moest steken, die in een kurk was geprikt. Dat zette je dan op de schoorsteenmantel, waar hij door de opstijgende warme lucht langzaam begon te wentelen.

 Het sluitstuk voor de plattelandsvrouwen was het kleien Meestal werd dat een asbak voor hun echtgenoot. Die moest dan gebakken worden in het oventje, maar kwam er meestal gebroken uit. Waarna de brokstukken met Collall gelijmd moesten worden.

 Wat je soms nog ziet is het zg. 'spatwerk'. Benodigd: waterverf, een gaasje en een oude tandenborstel. Plus een mal naar keuze waaromheen je kunt spatten. Bijvoorbeeld een vogeltje.