Een veld klaprozen, goed, een zelfportret, zijn geliefde, mooi. Landschappen, symbolistische fantasie.. Maar pas bij dat ene schilderij van de Pool Wojciech Weiss (1875-1950) blijf ik staan. Ik ben in het Haags Gemeentemuseum. Het kan niet missen of deze paal met de slurf eraan werd gebruikt om stoomlocomotieven water bij te laten tanken. En ja, Weiss logeerde vaak bij zijn zuster op het platteland, wier echtgenoot een spoorweg employé was.
Waarom treft me juist dit. En even later het schilderij dat hij van het stationnetje in de winter maakte? Het station van Plaszow (1896).
Het moet wel zijn omdat het beeld verhalen oproept. Eerst komt het liedje van de 'Singing brakeman' Jimmie Rodgers, 'All around the watertank, waiting for a train...'. Over de zwervers, de railroad bums die met treinen proberen mee te liften naar Californië.
Dan Kafka's 'Erinnerungen aan die Kaldabahn'. Waarin de hoofdfiguur stationschef is geworden op precies zo'n outpost diep in Rusland. Het eindstation van de Kaldabahn, met opheffing bedreigd. Het spoor eindigt zomaar in de vlakte, omdat het geld voor verdere bouw ontbrak.
Dat doodlopend spoor met de naam 'Kalda' lijkt wel erg op 'Kafka'.
Ooit werden spoorwegen niet door stadscentra heen gelegd maar ver daarbuiten, liefst tussen twee stadjes in. Dat leek voordelig.
Het schilderij roept die verre werelden op. Er is nauwelijks iets te zien behalve de watervoorziening voor de locs. Luister, dan hoor je er een aankomen, in de verre verte.