Alsof een man van buitenproportionele zwaarlijvigheid als Federico Sanchez vanzelf een sprookje van de wereld maakt. Zo kijk je naar de Mexicaanse film Walking distance van Guzman Alvarez, loopafstand, en dat is ook net waar het om gaat.
Heel de film is gemaakt vanuit de motoriek van de tot dood door obesitas veroordeelde hartpatiënt Federico. Je volgt zijn stappen over elke drempel, elke stoeprand. En zijn medemensen bewegen met hem mee. Zoals de bediende in de afgetrapte fotowinkel en z'n zwager. Die hem tenslotte tegen doctors orders meenemen naar zee achter op hun pick-up. Waar hij troont in z'n fauteuil.
In de reusachtige gestalte zit een man. Die rondkijkt. Hij wil immers fotograferen. Meesterlijk is het interieur waarin hij zijn moeizame stappen zet, het rafelbehang, de fluitketel.
En dan heel soms naar buiten.Totaan de fotowinkel. Maar een fotograaf die niet meer beweegt krijgt steeds het zelfde voor z'n lens. Soms de voetballende jongens in z'n uitgestorven, vervallen steeg, meer niet.
Het wonderlijke van dit verhaal is dat Federico's dikte innemend werkt. Dikke mensen weten dat soms, ze worden de clown in hun eigen verhaal, zien te leven van de lach. Er zijn nog weinig dikke mensen in de film, na Oliver Hardy kwam John Goodman als Fred Flintstone en Depardieu als Obelix, maar verder?
Walking distance is een stap in de wereld van de dikke mens.