'Patatten en tomatten op een roe'. Kweekt de werkmens in het liedje van Ivan Heylen (1973). Een roe is een reepje grond. 'De werkmens, a zet a hier.'
Ik woonde aan de rand van het Westland, waarvandaan de tuinders in het seizoen met jute zakken achterop de fiets 's avonds naar de Haagse buitenwijken kwamen. 'Nee niet nodig.'
De oogst kwam allemaal tegelijk binnen een paar weken. En het Westland reikte tot het landje achter de tuin waar mijn vader boerde. We aten tomaat, dag in dag uit. Gebakken ei met tomaat, tomatensalade, tomatensoep. Weggeven aan kennissen was eindig. Ik kon geen tomaat meer zien.
'Je hebt het tegengegeten,' zei mijn moeder.
De Duitsers hadden het ook tegengegeten, de Bildzeitung relde over smaakloze 'Wasserbomben'.
En nu kreeg ik twee tomatenplantjes cadeau en verstuur berichten over de balkonoogst. Eerst gele bloempjes, dan groen en klein, geel, en nu zijn er een paar bijna rood. Maar het groen overheerst. Wat doe ik verkeerd? Veel water, dat doe ik. Veel zon. Maar avondzon of ochtendzon? Kunstmest?
Ja, de Spanjaarden stuurden de Azteekse xitomatl en de xipotatl, de aardappel, naar huis. Waar ze veredeld werden en eetbaar.