Was Jean-Antoine Watteau de bedenker van het Fête galante? Nee, het was er al, maar zijn schilderijen brachten het wel in de mode. Zo moest je het doen om mee te tellen. Zo'n jurk als bij Watteau moest je als dame dragen. Daarin moest je gezien worden.
In het Haarlemse Teylers is zo'n jurk te zien op de expositie van vooral Watteau's krijttekeningen, de kern van z'n werk. Hij tekende liever dan dat hij schilderde. En dan de gezichtjes. Watteau schiep een vrouwentype. Geen pruiken - Lodewijk XIV stierf in 1715 - vrij dikke wenkbrauwen, kleine mondjes, stevige halspartijen, opgestoken haar met een strik erin. Lange benen, vooral bovenbenen. Het meisje op het affiche heeft een rare neus, beetje onderkin ook.
Met z'n krijt kon Watteau meer dan met de kwast, in het bijbehorende nummer van Kunstschrift legt Jeroen Stumpel het haarfijn uit. Zijn arceringen, de krijtkleuren. Het scheppen van plooival en volume. Het gekleurd papier. Hij laat jurken om het lijf vallen in een paar halen. Die er voor altijd staan, krijt gom je niet uit.
Waar kwam het galante feest vandaan? Je had geld, een buitengoed, gaf daar eetfeesten waar men danste, muziek maakte, je liet voorstellingen geven á la commedia dell'arte. En ieder kleedde zich erop. Alles buiten. Bij Watteau regent het nooit, en de meisjes weten hoe ze zich in het gras moeten neervleien. De liefdesmarkt bloeide.
Dirk Hals en Teniers gingen hem in Holland voor met hun schilderingen van de buitens van de rijke Hollanders aan de Vecht of het Wijkermeer.
Watteau kwam uit Valenciennes, niet ver van het Vlaanderen van zijn voorbeelden Rubens en Van Dijck.
Het zijn in Teylers vooral zijn 'studies' van handen en voeten, houdingen en gelaatsuitdrukkingen in alle denkbare posities, driekwart, op de rug die het hem doen en waarbij je steeds weer denkt 'oh'. Je ziet Watteau om z'n modellen heen draaien of ie danst. Geen gezichtshoek ontsnapt hem.