Wederopstanding

 Begin december schreef ik over deze kamerplant. Zij was ziek. En het was mijn schuld. Ik schreef:

 'Omdat ik nu al meer dan twee jaar met deze plant samenleef ben ik bij haar lot en leven betrokken geraakt. Dat ze zo hoog zou groeien heb ik ‑ dom en kortzichtig ‑ niet voorzien. Niet eerder had ik zo'n plant. Ze begon laag bij de grond. Stuk voor stuk ontvo­uwden zich haar bladeren en ze groeide. Soms even in de richting van de zon, het raam, zodat er bochten in haar stam ontstonden, maar na wat aarzelingen toch recht omhoog. Af en toe liet ze een bruin geworden, verkreukeld blad vallen.

 En geleidelijk drong haar dilemma tot mij ‑ en vast ook tot haar ‑ door. Het plafond! En dan? Ik had de indruk dat ze haar groei minderde. Ook meer blade­ren liet vallen. Bijna raakte ze het plafond. Hoe zou ze reageren op aanraking? Nooit eerder had ze in haar leven iets aangeraakt.

 Nee, een gat in het plafond hoorde niet tot de mogelijkheden. Ik vroeg het aan de weinige plantkundigen die ik ken.

 Zou het dan wat zijn om de plant halverwege de stam bruut af te zagen en te zien hoe ze daarop reageerde? Zou er een nieuwe top ontspruiten? Of zou ze ster­ven? Het viel te proberen, zei men. Ik waagde het er op. 

 En zie. In de staak die ik in december afknotte ontspruiten groen groeisels Laat het plantendag zijn. Mijn nog altijd naamloze - iemand schreef me, maar het bericht raakte zoek - plant leeft. En groeit - planten zijn net zo onverbeterlijk als Theresa May - weer naar het plafond.

 Het afgezaagde bovenstuk van de plant staat nog roerloos in de pot. Zou daar? Ik geloof weer in wonderen.