Weer

 De chirurg pakte een foldertje van het hart uit het rek. Hij had lange wimpers en zijn naam sprak van ver: dokter Mochtar. Hij wees me de tekening van het hart in het foldertje, en pakte een van zijn de ballpoints uit z’n witte borstzak. Hoe belangrijker de dokter hoe meer ballpoints in de borstzak. Daarmee tekende hij in slordige streepjes op het hartprentje. Het ging om bypasses. ‘Kijk nu had ik zo gedacht,’ zei hij. ‘Om hier.. En hier. En dan daar..’  Wat kon ik anders dan knikken. Het was een zeer vertrouwenwekkende krabbel. Die hij maakte voor zichzelf, niet voor mij.

 In het poeziëtijdschrift Het Liegend Konijn zag ik dit gedicht van Froukje van der Ploeg. En dacht, er moet meer over armen, benen en chirurgen.  Een enkel hart geen bezwaar. Dat schept vertrouwen. Dit heet ‘Weer’:

 'Begrijpt u het, vroeg de chirurg, een assistent/ reikte hem een stift aan en hij plaatste een streep/ op mijn bont en blauwe rechterarm, wetgeving/ moet bij alles waar er twee van zijn.

  Ik was weer gevallen, rustig blijven liggen tot/ de wereld stopt met draaien, ik wist niet dat morfine/ zich ook herhaalde. In het treinstation met namen/ en tijden voor vertrek slaapt mijn arm in, ik rij/ naar de plek met zonnen boven mijn hoofd, herhaal/ mijn naam en wat ik eerder zei begrepen te hebben.

  Later die dag zag ik een maanlandschap met trap/ verborgen onder de pleister op mijn prikkelloze arm/ de zonnen gedoofd, klein en rechthoekig weer de wereld.'