Westland

 Randje Den Haag, waar ik opgroeide grensde de stad aan het Westland. Op zondag kwamen jongens op Kreidler-brommers naar ons Bethel-kerkje, waar ik de nu befaamde organist René Rakier hoorde terwijl ik naar de weerschijn van de glas-in-lood ramen op de vloer staarde.

 Uitwedstrijden in Monster of 's-Gravesande spelen was geen pretje. Je kon beter verliezen, er werd gevochten.

 Ik bezocht er mijn tantes Dien (Dingena) en Bella, die les gaf aan de huishoudschool in Naaldwijk. Ze woonden tussen de kassen, bij de veiling van Honselersdijk. Je kreeg altijd een trosje druiven mee. Voor mij stond het asbakje in de vorm van een vis en het pakje Peter Stuyvesant klaar.

 Een wereld die Babette Wagenvoort en Lokien de Bie hebben gevat in de tekst en tekenin­gen van hun boek 'Een wereld apart'. Ondertitel: 'Een avond bij de vrouwenvereniging'. Eens waren er vele verenigingen van plattelandsvrouwen, hervormd of katholiek, Maar het wordt minder. Lezingen ook, zoals die over hoeden van Wil (64) van het hoedenmuseum in Andijk: 'Vrouwenverenigingen in het Westland zijn best vlot. Er heersen verschillende sferen, dat komt door de geloven. Bij de katholieke vrouwengildes schenken ze een borreltje en frisdrank, bij de christelijke vereniging Passage beginnen ze met gebed en alleen koffie of thee met een koekje. Daar zijn er echt nog die naar de kerk een hoed dragen. En hun haar niet afknippen, altijd een rok dragen en geen televisie bezitten.'

 Mijn tantes waren er nooit. Te eenkennig, en ze kwamen uit Zeeland.