Wolk in broek

 Bij Chlebnikov was ik en nu land ik bij zijn navolger Majakovski (1893-1930). De lawaaimaker van het stel futuristen rond de Russische Revolutie. 'Een wolk in de broek' heet het door Marko Fondse in 1967 bezorgde Bezige Bij-deeltje met het opruiende vierluik.

 Uit de proloog: 'Kom bij mij adepten/ uit uw boudoir met naaldw­erk/ ambtenares van de engelenliga/ waardige ongerepte

die net zo rustig lippen doorbladert/ als uw kok een deel recepten.

Naar keuze ben ik de vleselijk wrede/ uit het hemelse stalenboek,/ naar keus

ook onberispelijk teder-/ geen man, maar een wolk in broek.

Daar is voor mij geen man, maar een wolk in broek.

Daar is voor mij geen Nice, geen bloemrijk lustoord/ Ik verheerlijk als poëtische peter/ manvolk zo belegen als een rustoord/ en vrouwen als een spreekwoord zo versleten.'

 En dan barst hij los, de voordrachtskunstenaar, de nieuwe messias. Met regels als: 'De straat torst haar lot verdoofd./ Gekrijs slaat steil uit haar keelgat./ Poezele taxi's met opstaande stekels/ en pezige koetsen stremmen haar strottehoofd. Voetgangers - feller dan tering/ slopen haar borst plat.

De stad heeft de weg met duister vergrendeld'

En iets als: 'Goed is het/ om in het gebit van het schavot gekwakt/ te brullen/ 'drinkt Van Houtens cacao!''

 Die hadden nl. een fabriek in Rusland, een symbool van buitenlandse kleinburgerlijkheid. Fondse haalt de grap aan waarin de paus zijn onze vader eindigt met 'Amen, Coca-cola'. Tegen betaling natuurlijk, sponsoring bestond al.