W.S.M.

 De tussenrapporten in de eerste klas van het Gymnasium voor Jos Bienemann maakten we zelf. Jos liet de tekst stencilen op het kantoor van zijn vader, die directeur was van de Westlandse Stoomtram Maatschappij, die overigens toen allang met bussen reed. Hij kende de kantoormeisjes daar.

 Ik moest dan op zo'n fake rapport in m'n netste handschrift schrijven 'Heel goed Jos' en een paar zevens en achten voor lastige vakken invullen.

 Zijn vader kreeg ik te zien op de dag dat hij ons in zijn Chevrolet met chauffeur meenam naar een oefenwedstrijd van het Nederlands elftal in het Olympisch Stadion in Amsterdam. Een man in een camel jas met hoed en witte sjaal.

 Het 'voorlopig Nederlands Elftal' verloor met ik dacht 3-1 van een combinatie van Engelse profs.

 Het stadion zat vol. Nooit had ik het geluid van een vol stadion gehoord. Het was als de branding bij ruwe zee. Heel het stadion leek een groot, ademend dier. Nooit zag ik zoveel mannen met hoeden.

 Op de terugweg stopten we in De Haagse Schouw en kregen Jos en ik een flesje. Jos bleef zitten dat jaar.