Zeeuwen

 Van mijn vroegste jeugd is mij ingewreven dat Zeeland 'het stamland' van de familie was. Van Vaderskant dan, moederskant telde niet. En zo werden met het eerste autootje tal van boerderijen bezocht, meestal rond kerst. Er waren daar vele tantes omdat de overgrootvader Van Nieuwenhuizen, burgemeester van het dorp Schore zes dochters had waarvan mijn grootmoeder er een was.

 De rest was getrouwd op Tholen, in Goes, in Rilland, en in Wissekerke, op Noord-Beveland. Het ging daar over geld, net als nu. Toen mijn vader op huwelijksreis langs kwam gefietst met zijn aanstaande, in de hoop huwelijksgeschenken in de wacht te slepen, kwam daar niks van in omdat mijn moeder 'linnen zomerschoenen' had gedragen, wat armoeiig was. Een slechte partij.

 Grootvader die behalve burgemeester ook boer was stond erom bekend dat hij zijn koeien voor de verkoop heel voorzichtig naar de veemarkt liet drijven. Iedere keer als ze scheten scheelde dat weer in hun gewicht en dus de prijs.

 Eens tijdens de kermis kwam hij dronken naar huis en ging 'spoken' rond de boerderij: 'Woewoe'. Maar tante Lena pakte resoluut het jachtgeweer en schoot dwars door de voordeur heen tot hij riep 'Ik ben het'.

 Op mijn eerste keer bij oom Kees op Tholen werd ik - twaalf jaar oud - streng ondervraagd over mijn toekomstplannen.  'Architect, 'improviseerde ik, omdat ik daarover gelezen had. 'Dus geen schoolmeester zoals je vader (die leraar Duits was), want daar zit geen verdienste in.'

 Gouden dagen beleefde ik in de delicatessen winkel van Oom Kees Van Asperen Vervenne aan de haven in Goes, die volgens mijn vader 'zelf zijn beste klant was'. Maar mij bleef tracteren op Belgische bonbons en peperdure limonades.

 Er stierf weleens onverwacht een erfgenaam en dan werd gniffelend gezegd dat de familie 'onze lieve heer een handje had geholpen'.