Nu ik zelf zo'n beetje ziek ben doet het goed hoofdstuk IV van 'Hoofsche welgemaniertheid' in te zien (Sijthoff, 1733). Onder de subtitel 'Om gehoor te hebben bij een Groot Heer, die kennelijk niet wel is':
'Wanneer men in de Kamer of in 't Vertrek van een Groot Heer treedt, moet men zachtjes gaan, zijn Lichgaam buigen, en een laage groetenis doen, zo hij daar tegenwoordig is: doch zo daar niemand tevoorschijn komt, moet men hier en daar niet gaan snuffelen; maar op staande voet daar weder uytgaan, en buyten wagten.
Indien de Heer ziek is en te bedde legt, moet men zig onthouden van hem te willen spreken, zo hij daartoe geen ordre geeft: en als wij hem dan spreken , moet men zijn bezoek kort maken, omdat zieken onrustig zyn, en op hunne tijd en geneesmiddelen te passen hebben hebben. Men moet daar en boven zachtjes spreken en hem zo weynig als mogelijk is, daartoe noodzaken.'