Zintuigen

 In haar nieuwe bundel 'Leegstand' snijdt Aafke Romeijn een onderwerp aan dat de Finse architect Pallasmaa me al eerder inwreef: de ordening, taakverdeling en vermenging van de zintuigen. Wie iets ziet hoort tegelijk onvermijdelijk ook iets, wie iets ruikt moet tegelijk iets zien, en zo door. Over haar depres­sie.

 Ze wordt wakker, op 'dag 23 (ochtend)'. En dan: '07.30 Het is er nog niet. Zal het komen? Het zal ongetwijfeld komen. Het was er gisteren, ht zal er morgen zijn, er is geen enkele reden aan te nemen dat het vandaag zal wegblijven.

 Daar komt het al.

 Het is een suizen in mijn botten dat me niet alleen laat Wanneer ik depressief ben raken mijn zintuigen versmolten: geuren voel ik op mijn huid, geluiden smaken naar aarde en spiritus, en mijn wanhoop klinkt als een zoemende bromtoon, alsof op een bouwplaats een paar straten verder nog een machine staat te draaien. Het suizen trekt door mijn lichaam: van vingertop naar elleboog naar schouderblad en verder. Soms begint het elders, net onder mijn kiezen, in mijn heupen, knieschijven of wervelkolom. Soms gaat het 40 kilometer per uur, soms sneller, nooit trager. Mijn gewrichten willen ontsnappen, mijn botten willen sterven. Laat me met rust, denk ik, maar het suizen luistert nooit.'  

 Niet te vergeten, de nageluiden. Gehoorde geluiden gaan door in het hoofd, ook nadat ze opgehouden zijn. Daarop berust ook muziek.