).

Gelukkige doden (2)

 Met mijn vriend Johnny van Doorn zit ik op de Hoge Veluwe. Hij is midden in een gloedvol betoog over de zandgronden van zijn jeugd en wijst extatisch naar de toppen van de sparren: 'Ginder ligt Duit-se-land!'En dan zie ik hoe over het terras van De Koperen Kop een mannetje komt aangezet, hij beent recht op Johnny af.

 'Van Doorn, Van Doorn,' roept hij, 'ik krijg nog een tientje van je. 'Ontsteld roept Johnny: 'Man scheer je weg. Even ontstegen aan het stadse gewoel en dan komt daar zo'n snuiter om een tientje.' Zijn taalgevoel bereikt archaïsche hoogten.Heel Nederland krijgt nog een tientje of een geeltje van Johnny.

 Een dag later moeten we naar de Bezige Bij. De boenwaskraaktrap op. Achterin boven huist de redacteur van Johnny, die zo bang voor die man is dat hij me mee wil hebben bij het inleveren van drie nieuwe verhalen. We noemden hem onder mekaar het ijskonijn, kortweg 'het konijn'.Daar zitten we, als twee schooljongens. De alcoholist Van Doorn -altijd in geldnood- durft daar niet om drank te vragen op dit uur! Het konijn weet het en zegt op lijzige toon: 'Wat willen jullie drinken, cola, Sprite, appelsap...?'

 Johnny drinkt 's middags om half vier een flesje Sprite. De redacteur leest ter plekke de drie verhalen, terwijl wij zwijgend toekijken en Sprite drinken. Johnny knapt bijna. Eindelijk, eindelijk doet het konijn de velletjes terug in het mapje. 'Mum, aardig, moet nog wel wat aan gebeuren.'Johnny heeft z'n voorschot. Zelden is iemand zo snel van de Van Miereveltstraat naar Bodega Keyzer gekomen. Nooit heb ik het konijn meer gezien, Johnny daarentegen ontmoet ik nog bijna dagelijks in de stegen van wat hij zo graag noemde het 'spookslot Amsterdam'.