Vilan van de Loo schrijft: 'Met verbazing en belangstelling las ik het bericht over de 'eerste Nederlandse stalkersroman'. Ja, welke zou dat eigenlijk zijn? Maar voorzichtig met dat woord! Een beetje gepassioneerd mens mag best zijn of haar gevoelens laten blijken, zonder meteen voor 'erotomaan' gescholden te worden, foei toch, wat een verdachtmakerij. Ja, 't is Nederland, het vlakke land zonder romantische diepgang, dat weet ik wel.'
En: 'Dat er in 'Nummer Elf' sprake zou zijn van stalking, bestrijd ik. Hoe zit het dan wel? De man heeft het genoemde 'meisje uit de dessa' (de vrouw heeft een naam: Yps Nesnaj) aan de kant gezet omdat hij zo nodig met een ander moest trouwen. Yps is furieus en kiest als de man niet wil luisteren voor een drastische oplossing: zij vergiftigt haar rivale met een pil, dat is dus pil nummer elf. Is dat stalken? Neen. Wel een crime passionel. Dat geef ik toe.Neemt u ter vergelijking de roman "Rosa Marina" eens ter hand, gepubliceerd door de destijds succesvolle Indische romanciƫre Melati van Java. Daarin is een schilderende jongeman dusdanig geobsedeerd door een beeldschoon meisje, dat hij een afhankelijkheidsrelatie schept en haar in een huwelijk dwingt waaruit zij slechts met de grootste moeite kan ontsnappen. Het boek verscheen een jaar eerder dan Nummer Elf, en wel in 1892. De jongeman valt in de elkaar overlappende categorieƫn van narcist en erotomaan, dat komt vaak voor bij de zogenaamde artistieke types. Nog altijd, helaas.Ik noemde u een damesroman. U vindt deze en andere met nog meer liefde, obsessief en destructief, as you like it, in de Leestrommel waarvan ik de bezorgster ben. Lees en huiver.'