De indruk wekken dat je het buitengewoon naar je zin hebt in het schildersleven, daar waren de gebroeders goed in. Er komen deftige lui langs om doeken te bekijken en er deskundig over te doen. Je smeert hem stroop om de mond. Een model moet even uitrusten van het lang in één houding zitten. Je schildert mekaar want je hebt mekaar toch bij de hand.
Kortom, het lijkt in dat zwaar gestoffeerde Brusselse atelier vooral knus. Het gaat er terloops toe. Alles daar lijkt wel een onderwerp. Haags Gemeentemuseum. Ik kijk binnen in het leven van de Pieter en David Oyens. De Nederlandse schilderstweeling die in Brussel atelier hield in de jaren na 1860. Brussel? Ze kwamen buitenshuis weinig verder dan cafés, zo lijkt het, maar dat moet schijn zijn. Natuurlijk werkten ze hard, beestachtig hard. En ze verstonden hun vak. Dat ze grappig ogende identieke, dikke kereltjes waren hadden ze bliksems goed in de gaten. Behalve schilder waren ze ook steeds model. Er is zelfs een schilderij waarop wel drie Oyensen voorkomen, in verschillende rollen.En dan zijn er ook nog prachtige vrouwenportretten en binnenhuisjes. Zo, zo moet het geweest zijn in Brussel rond 1875, denk je. Nu ja, zo wilden Pieter en David graag dat wij het zagen. Zo wilden ze ook dat wij die twee dikke mannen zouden zien. En dat doen we. Ontroerd. Ik tenminste wel.