Malaparte (1898-1957) met z'n hond Zita
het huis van Malaparte op Capri

Malaparte

Malaparte dient zich weer aan. Ditmaal met de lucide passage in 'De huid' (p. 70 ev.) waarin de Amerikanen beschreven worden, de overwinnaars van fascistisch Italië. Tijdens de laatste oorlogsdagen in Napels (1943) is Malaparte verbindingsofficier is tussen de Italianen en de geallieerden. En gek genoeg lijken de Amerikaanse militairen die hij beschrijft sprekend op de Amerikanen van nu, in Irak of Afghanistan.

Luitenant Jimmy Wren uit Cleveland, de overwinnaar, loopt naast Curzio Malaparte, de Europeaan, de verliezer. Waarom maken Europeanen toch altijd oorlog. De Amerikanen hebben heel wat met ze te stellen. Door het uitgehongerde kapotte Napels lopen ze, waar de doden de baas zijn. Wat moet je met al die doden? Geen kisten. Ze zullen naar het kerkhof moeten lopen, want vervoer is er ook al niet.En dan die Amerikaan. 'Op deze aarde heb je enkel Amerikanen die zich met zoveel vrije en glimlachende sierlijkheid kunnen bewegen te midden van smerige, uitgehongerde, ongelukkige mensen. De Amerikanen zijn geen cynici, het zijn optimisten. En optimisme is op zichzelf al een teken van onschuld.'(...)'Amerikanen deugen. Tegenover armoede, honger, pijn is het hun eerste opwelling om de mensen te helpen die honger, armoede, pijn lijden. Er is geen volk ter wereld dat zo sterk, zo zuiver, zo oprecht het gevoel van medemenselijkheid kent. Christus verlangt van de mensen echter medelijden, geen medemenselijkheid. Medemenselijkheid is geen christelijk sentiment.' Vorige zomer sprak ik Jan van der Haar de vertaler en verzorger van Malapartes prachtig heruitgegeven 'Kaputt' en 'De huid'. Hij is wel de Céline van de Tweede wereldoorlog genoemd. Zo is het, precies.