Wat blijft over van wat Willem Kloos en Albert Verwey op papier kregen? Het zou weleens hun hartbrekende briefwisseling uit de jaren 1881-1891 kunnen zijn.
'Van de liefde die vriendschap heet' of andersom. Een onmogelijke liefde. Het kon niet, en daardoor gebeurde het eens te heviger. Toen Verwey zich verloofde in de fatale zomer van 1888 bleef Kloos ontredderd achter. Manisch depressieve verschijnselen, het hele repertoire. En toen kwam nog de eindeloze boedelscheiding. Het staat er allemaal.En niks geen tachtigerstaal. Het mooiste bewijsstuk is het portret dat Willem Witsen in 1887 van zijn vriend Kloos maakte en dat in het bezit van Verwey was. Die het verscheurde. En weer plakte. Hier een kattebelletje uit de tijd dat alles nog goed wasvoorjaar/zomer 1885Beste Albert, ga maar zitten en zet thee, ik ben even naar Alettrino en ben voór achten terug. Waaróm zal ik je straks zeggen. Drie - vier lepeltjes, hoor, en het water moet goed koken: anders lust ik het niet en jij ook niet. (...) Adieu, tot straks.Willem.