Wat doet een schip je. Met die vraag eindigde het gesprek dat Miek Zwamborn en ik hadden. Zittend in de oude Vlissingse kazerne (1850) de Willem 3, de blik op de Westerschelde. Er vaart juist een schip met Chinese containers voorbij. Een enorme aanwezigheid. Het woord waterverplaatsing dringt zich op. De waterplas opzij duwen.
'Het zit hem in het schip zelf. De hele verschijning van het schip. Ik word heel erg geraakt wanneer zo'n schip voorbij komt. Voel me verbonden als met een soort gelijke... En dat is niet symbolisch. Een schip is geen mens. Het gaat om het robuuste, het niet esthetische, het rauwe eraan.'Ze zoekt naar woorden. 'Onschuldig? Nee, meer niet opgepoetst. Het ongepolijste. En ook de beweging, de traagheid ervan.''Een heel ander ritme en tempo dan mensen.' 'Veel onbestemder. Zo zou ik het ook wel willen.''Het lijken wel goden.' 'Nee het zijn geen personages. Eerder verschijningen. Ze voelen of denken ook niks. Volume, zwaarte, daar gaat het om.' 'Het gaat je te boven?' 'Ik begrijp er niets van. Zo immens.'Bijna alles wat je ervan zegt is te veel, besluiten we.