Bij toeval kwam ik vanmiddag in de 'bomvrije kelder' van het Antwerps museum terecht bij een tamelijk idiote expositie van borstbeelden, gemaakt in de Nederlanden in de periode 1600-1800.Marmer, wat terra cotta, maar toch meest marmer daar. Het lijkt hard, het is zacht en kwetsbaar.
De koppen die daar staan zijn merendeels van vorsten of staatslieden, en in de tijd zelf gemaakt naar levend model. Nog levende personen werden toen kennelijk afgebeeld zo lelijk als ze werkelijk waren. Hun omgeving kon dat controleren. En, het gebeurde met hun instemming..Ik ken het wel van schilderijen, maar wanneer je om zo'n kop heen kunt lopen en de knobbelneus onder alle hoeken kunt bekijken wordt het anders. De stem is dan niet ver meer. Deze kop van de Johan de Witt is dus vrijwel gelijk aan de kop die door het Haagse gepeupel in 1672 werd vermorzeld. En zo zie je een feest van onderkinnen, hazenlippen en hangende schouders, daar in de bomvrije kelder. Met als kampioenen beeldhouwers als Quellijn, Rombout Verhulst en Xavery.Gek, na een tijdje begon het te wennen. En begreep ik waarom later gemaakte, geïdealiseerde portretbustes van Romeinse keizers of Griekse denkers zo saai zijn. Julius Caesar met flaporen, dat zou wat wezen.