Vanmorgen zag ik het werk van Tony Cragg. Noem het 'fundamenteel onderzoek van de materie'. Naast dat in de Natuurwetenschappen bestaat zoiets ook in de beeldhouwkunst. Geloofden de oude alchemisten niet dat de vorm van het vat dat ze gebruikten de chemische reactie van de inhoud bepaalde?
Wat vertelt het materiaal de beeldhouwer? Woorden lijken daar amper voor. Cragg werkt met een mengsel van methode en gekte. In zijn omgang met het gewillige brons (vaak met verf bespoten), met hout, roestvrij staal of kunststof volgen ideeën, emoties en gebaren elkaar op.
Hij blijft zo ver hij kan van gevestigde vormen.
Geboren in 1949, in Liverpool, verliet hij Engeland in 1977 en vertrok naar Wuppertal, waar hij nu en beeldenpark onderhoudt. Hij won de Turnerprijs.
Hoe dan? Zijn project 'slingerzuilen' laat het zien: de slingerzuil, is een stilgezette wervelstorm, de kolking van afvoer van een bad, kortom, de turbulentie zelf. De slingerzuil zoekt vaste grond, dreigt om te vallen. Je bent het zelf.
In alles zoekt de blik van de toeschouwer het menselijk lichaam, het gezicht. En kijk daar is het al.
Cragg is een materiaalfundamentalist. Tot zijn favoriete technieken hoort het stapelen, in lagen, het meest elementaire bouwprincipe.
En, wat er massief uitziet moet het bij hem ook zijn. Ik dacht aan het klassieke boek van J.J.Beljon, Zo doe je dat, Grondbeginselen van de vormgeving (1976).
Nog te zien in 'Beelden aan Zee' in Scheveningen tot 3 mei.