zestienluik met einders
Hollands landschap
Een blauwe ster

Dave Meijer

De einder. Dat is nog eens een woord. Zou een Oostenrijker iets van Mondriaan of Jan van Goyen begrijpen? Hoge zelfmoordcijfers moeten wel verband houden met het ontbreken van een horizon. Een Hollander heeft altijd toegang tot de hemel. Niet boven je hoofd kijken maar in de verte. Ogen toeknijpen en je bent er. Geen bergwanden die het zicht belemmeren.

Ik sta in de Kabinetten van de Vleeshal in Middelburg, waar de schilder Dave Meijer exposeert. Titel: 'De einder. En dan de hoek om.'
Dat van die hoek begrijp ik pas als ik binnen sta. Daar heb je hoeken. Meijer heeft bijvoorbeeld twee schilderijen tegenover elkaar in een hoek gehangen.
En nu ik beter kijk, hij heeft de hele ruimte gehorizontaliseerd. Er is een blauwe streep die her en der opduikt, op ooghoogte. Er is een wand bezaaid met blauw geschilderde spijkers. Blauw? Ach, Van Gogh, de sterrenhemel maar dan complementair.
En de hoek komt terug. Wie het landschap binnenskamers haalt komt hoeken tegen die er buiten niet zijn. Een schilderij heeft zijkanten. Aan die zijkanten zie je wat er eerder was en overgeschilderd werd. 
Dave Meijer probeert het elk moment veranderende Hollandse landschap te schilderen. Hij doet dat op de grond liggend in een atelier zonder ramen waar alleen licht binnenkomt door matglas. Kunstlicht is ook goed.  
Sterk vereenvoudigde vormen ontstaan zo, die meteen herkenning oproepen. Ja, dit ken ik. Vraag me niet waarvan, maar ik ken het, van jongsaf. Een vloedlijn, een dukdalf, een dijk, een vaargeul, een strekdam. Bij laagwater.