De wanhopige vrouw (1871)
Herinneringen en spijt (1875)

Alfred Stevens (1)

Walter Benjamin heeft me met de benoeming van de flaneur een onschatbare dienst bewezen. Zijn Arcaden-project - een stapel mappen met onaffe geschriften over de Parijse 'belle époque' leeft tot vandaag. Nooit eerder zag ik zoveel mooie schoenen op straat, nooit zoveel afwisseling in vrouwendracht. Wat is er toch aan de hand? Niemand die er over rept. Ik denk dat we een terugkeer beleven. Naar wat?Dit is een tijd van crisis en elegance. Hoe vinden die twee elkaar?

Afgelopen donderdag in Brussel werd ik nog aangesproken op mijn voorkeur voor Benjamin. En dat door een - in Brussel bestaat dat - elegante vrouw.
Ik vertelde haar over de affiches in het museum van Elsene van de Parijse Vélodrôme d'hiver, waar je rond 1890 als meisje kon leren fietsen, als je je maar in de nieuwste fietsmode stak.
De Vélodrôme was het society-trefpunt bij uitstek.
Walter Benjamin wist er alles van.  
We kregen het over grote tentoonstelling met werken van Alfred Stevens (1823-1906), de society schilder die in het Brusselse Museum voor Schone Kunsten op 8 mei begint.   
Hij verhuisde al snel naar Parijs. Vanaf 1855 begon hij naar de mode geklede vrouwen te schilderen.
Hij wordt de chroniqueur van het mondaine leven en schrikt niet terug voor onderwerpen als 'De eenzaamheid van de rijke vrouw'.
Even denk ik aan 'Gooise vrouwen'. Maar nee, rijkdom is niet meer wat 't was. Is het dat ooit?