Herinnering en gemis (1873)

Alfred Stevens (slot)

'Als ik arme lieden schilder noemt men mij diepzinnig, als ik een mooi geklede vrouw schilder ben ik oppervlakkig,' schijnt Alfred Stevens gezegd te hebben.Ileen Montijn vond dit sprekende citaat. Waarin zo mooi de manier waarop - in de ogen van het publiek - kunst en 'lijden' horen samen te gaan, is vastgelegd. Toen. En wieweet nog steeds.

Alfred Stevens (1823-1906), nu te zien in het Van Goghmuseum, de 'societyschilder' van Parijs, heeft de mannenwereld van de belle epoque, met z'n rooksalons, niet geschilderd. Wat je bij hem treft is de complementaire vrouwenwereld, van de salons en de boudoirs. Naar de relatie tussen de twee mag je raden.
De zichtbare melancholie zegt iets.
Gezichten o zo vaak in de schaduw of nadenkend en profil.
Aangekleed met kostbare objecten uit z'n eigen verzameling of geleend - de japonnen had hij soms te leen van kennissen als prinses Mathilde Bonaparte.
Daar, in de weergave van zijde, in twee of drie soorten, in zeldzame streepmotieven, in de los geschilderde plooien van de rokken, vind je wat de schilders van onze Gouden Eeuw in hun wolkenluchten schiepen.
Een heenkomen voor de vlucht van de gedachten.