motorwagen 133, afgedankt
 

Gestolen tram

Luis Bunuel maakte hem in Mexico, in 1953. De Spaanse titel is 'La ilusión viaja en tranvía', de illusie reist per tram, zo was het, zo is het. In het Frans heet hij On a volé un tram, wat ook zo is, de tram en z'n personeel zijn afgedankt, er komt een trolleybus en ze maken een laatste rit, die dronken begint, na middernacht, en de volgende dag eindigt in blikkerende zon.

 Entree wordt niet geheven, het traject is willekeurig, de passagiers, slachters van het abattoir met stukken vlees, oude vrouwtjes met een Christusbeeld, schoolkinderen begeleid door nonnen, net zo. 
Iedereen wordt gratis rondgereden.
De Mexicaanse Bunuels, gemaakt tussen 1947 en 1962, zie je langzaam op DVD verschijnen, deze is een mirakel.
Al wat magisch is aan trams zit erin. Zodra je de treeplank bestijgt verdwijn je in de illusie. Bunuel zelf vertelt in het interviewboek 'Bunuel over Bunuel' van een beeld uit z'n jeugd dat in deze film terecht kwam bij de vrouwelijke hoofdrol Lilia Prado. Bij het opstappen op de treeplank ontbloot ze haar been: 'Als vrouwen met van die lange rokken op de tram stapten, stonden we ze te bekijken in de hoop dat je een stukje van hun kuiten te zien kreeg.' In 1953 is dat opgeschoven naar het dijbeen.
Maar de hoofdzaak is de vlucht, van tram 133 en z’n passagiers in een andere werkelijkheid. 
Bunuel zag deze film zelf overigens nauwelijks als surrealistisch. Zo ging het toch toe in trams in Mexico?
Ik bekeek hem ademloos. Mexico Stad in 1953. De gewoonste plek in de stad, de tram. En daar.