Charles Frederick Worth (1825-1895), uitvinder van de Haute Couture 
op de tentoonstelling: eenknoopsjasje (links) uit 1949, ontwerp Jean Dessès..

Haute Couture (2)

Bij de modetentoonstelling Voici Paris in het Gemeentemuseum Den Haag hoort een catalogus, geschreven door Madelief Hohé en Georgette Koning. Eén van de trends die ze aanwijzen is recycling, de opvolgers van Chanel en Dior gaan terug naar de ontwerpen van hun voorgangers uit de gouden tijd (1930-1970) van de couture.

En daar is ook het verhaal van de uitvinder van de Haute Couture, de Engelsman Charles Frederick Worth - ik kwam hem eerder tegen - die omstreeks 1860 in Parijs begon met het verkopen van 'pasklare' japonnen. Voor die tijd kocht je stoffen, die na veel discussie werden verwerkt door een eigen kleermaker.
Worth ontving zijn klanten in een fluwelen jasje op een divan, rookte zijn sigaar, zei 'lopen, draaien, kom over 8 dagen maar terug'. Hij duldde geen tegenspraak. Worth was een kunstenaar, die z'n werk - als eerste - signeerde met een labeltje.
Tot 1900 had hij vrijwel het monopolie. Worth bepaalde de mode. Pas daarna kwam concurrentie van de warenhuizen.
Een ontzaglijk slimme ondernemer. Hij kende keizerin Eugenie, echtgenote van Napoleon III, en kleedde het hof, waar bij banketten tweehonderd personen aanzaten. Daarnaast werkte hij voor actrices en courtisanes.
Toen er in 1869 een feest van acht dagen werd gegeven op het kasteel van Compiègne voor honderd genodigden reed daarheen een keizerlijke trein met duizend japonnen, in afzonderlijke kisten.
Worth had toen al een fabriekje met 1200 naaisters, die werkten met Singer naaimachines, de in 1867 verbeterde versie. 
Hij had een boekhouding van de maten van al zijn klanten.
Na de val van Napoleon dreef hij op z'n contacten met Amerikaanse miljonairs - de mailboot was er in 5 dagen - en het Russische hof.
Een uitvinder was ie ook.
Werkte als eerste met 'moulage' het ontwerpen 'aan het model' door het draperen van de stof rond een lijfje. Verder de zg. prinsessenlijn, waarbij het lijfje doorloopt in de rok. Hij kwam met de eerste dameshoeden (ipv. hoofdkappen).
En hij bedacht ook de vakorganisatie Chambre Syndicale de la Haute Couture (1868) die samenwerkte met de Franse overheid en dat nog steeds doet. Er zijn nu elf modehuizen naar het model dat hij introduceerde, die elk twee keer per jaar een show geven.