Het boek van Mark Traa over de 'Chief President' roept vergeelde verhalen in me wakker. Ooit gelezen, bijvoorbeeld, bij de jongenskapper in het blad 'Wereldkroniek' - ook al bijna Elsschots Wereldtijdschrift'. Over 'zwendelaars' als het Amsterdamse 'Goede Heertje' dat gul geld uitdeelde of Greet Hofmans, die koningin Juliana betoverde.
Robert Lombert heeft alle kenmerken van de fanatieke fantast.
Hij duldt geen tegenspraak. Als kind al liet hij volgelingen en eed van trouw zweren en benoemde hij zich tot president voor het leven van een club.
Wat hij wil is niet in taal uit te drukken. In heel het boek is geen weergave te vinden van waar hij het in de vele toespraken tot z'n onderdanen - z'n familie en een kleine verzameling getrouwen - over had. De Russen zouden komen, zoveel was duidelijk. En men diende z'n lot onvoorwaardelijk in zijn handen te leggen.
De vergelijking met de geheime club van Reve's Werther Nieland dringt zich op.
'Aan papieren leden hebben we niets.'
Wat sprak waren de uniformen die z'n vader de kleermaker maakte. Mark Traa trekt de vergelijking met Latijns-Amerikaanse generaals. Ook de carrière van Prins Bernhard schemert door het optreden van Robert Lombert heen.
En je begrijpt, in de jaren kort na de tweede Wereldoorlog was niet zo duidelijk meer wat onder en boven moest zijn.
Als het schip tenslotte - vanuit Zeebrugge - met veel pracht en praal uitvaart wordt men in Nederland wakker.
En begint de realiteit de fictie te achterhalen.
Wat een tijd!