Mariëlle in het Amsterdamse Instituut

Mariëlle Hageman (2)

'Overal Boeddha's. En hoe ik geen verlichting bereikte.' Als meer Westerlingen trok de Amsterdamse Mariëlle Hageman naar een Tibetaans klooster in Nepal, op zoek naar, ja wat? Geluk? Verlichting?

Haar bestaan beviel haar niet, wat in het boek gestalte krijgt in een gloednieuwe gele bank die echt te groot is voor haar peperdure appartement in Amsterdam-Zuid.
Ze verkoopt alles en vertrekt. Volgt haar held, een Boeddhistische Monnik.
Hoewel ze zich voor kritisch, rationeel en anti-zweverig houdt en het Boeddhisme benadert als een 'wetenschap van de geest' valt wat ze aantreft in Kathmandu, in het klooster waar de Monnik werkt bitter tegen.
De 'gelukkigste man ter wereld' zucht onder stress. Een kluwen van Westerse (geen Tibetaanse) vrouwen verdringt zich om z'n aandacht en probeert de nieuwste 'blonde, mollige fan' weg te werken. 
Intussen leert de lezer wel van alles uit de honderd jaar oude Langri Thangpa. Hoe te leven in acht verzen, die ik vrijmoedig samenvat met 'als je ergens last van hebt moet je zorgen dat je er gemak van krijgt' (vrij naar C.B.Vaandrager). Geduld, de vijand zit in je zelf. Mariëlle Hageman vertelt een eerlijk verhaal waarin ernst en zelfspot mekaar afwisselen. Verliefd? Ja natuurlijk was ze verliefd op haar Monnik.

Woendag in de Avonden het gesprek dat ik met haar had in het Boeddhistisch Maitreya Instituut in Amsterdam.