Ik lees de brieven die Arnon schreef aan Esther Krop. Esther heeft een boek geschreven dat Arnon apprecieert, en begint een briefwisseling waarin hij zich laat kennen, ook als verliefd. En z’n hart uitstort.
Maar als Esther haar gedachtengoed op tafel legt valt hem dat bitter tegen en de naiëve 18-jarige studente krijgt heel Arnons wanhopig wereldbeeld over zich heen.
Wat deze briefwisseling zo mooi maakt is de verbetenheid waarmee Arnon probeert tot het meisje door te dringen, juist door haar kinderlijke denkwereld grondig uit te roken.
Het lijkt ook of ze dat eigenlijk stiekem wel wil. Er zit een sado-masochische trek in dit verhaal.
Esthers brieven zijn helaas verloren gegaan. Wie zij was kunnen we dus alleen opmaken uit Arnons reacties. Gelukkig citeert hij haar veel. Esther concludeerde in 1993 over de brieven:
'En ze zijn klote, dus laten we er maar mee ophouden.'
Het boek eindigt in september 1993 - na een vernietigende analyse van haar gedichten - met een uitnodiging. Arnon vraagt haar naar Eik & Linde in Amsterdam te komen, waar hij voorleest in VPRO's Music-Hall. We weten nu dat dat een stuk uit z'n debuut Blauwe Maandagen was.