Joey, vriend van de hoofdpersoon pleegt zelfmoord. Zantingh beschrijft hoe die hoofdpersoon kijkt naar wat er overbleef.
Joey is veranderd in ja wat...?
Ze noemden het vroeger 'stoffelijke resten'.
Peter Zantingh heeft een andere oplossing. Die begint met het beschrijven van een voetbalploeg fietsend op een Noord-Hollands dijkje, merkwaardig, het is een ploeg van tien jongens.
En dan registreert hij de eerste aanblik, nadat de hoofdpersoon Eva van de uitvaartonderneming heeft aangehoord:
'Joey ligt boven, op de eerste verdieping, op zijn eigen bed, op zijn eigen dekbed, met een koelplaat ertussen. Minder dan twaalf uur geleden lag hij nog in het gras. De koelplaat houdt hem, samen met andere hulpmiddelen die Eva meebracht, 'intact'. Zo zegt ze dat. Het houdt het lichaam 'intact'. Ik huiver.
Ik besluit naar boven te gaan. Het woord achtervolgt me bij elke traptrede. Beneden de vrouw die het uitsprak, boven de jongen die zo omschreven kan worden. Niet dood, intact. Niet het drama dat nog niet tot me door wil dringen, maar een synoniem voor 'onaangeroerd', 'onbeschadigd', 'volledig'. Intact. Twaalf keer, tot ik boven ben.
Ik duw de deur van zijn slaapkamer open. Ik zie hem
liggen.'