eerste radio-opname (1968), foto Molly McKenzie
kladje bij de productie van ''To our grandchildren'' (1970)
Jaap van Beusekom en Ernst Jansz op 11 sept. 2007

CCC Inc. (1)

Een zeldzaamheid, denk ik, zo'n vriendenclub die vanuit de schoolbanken bij elkaar blijft. En - na het te boven komen van de jaren '60 - ook muziek blijft maken. CCC Inc. bestaat nog steeds. Gisteren ontmoette ik Ernst Jansz en Jaap van Beusekom, die bezig zijn met een doos waar in 11 geluids-Cd's en een DVD met beeld van het legendarische bandje waaruit ook Doe Maar voortkwam.

Op 21 oktober verschijnt de doos samen met een schitterend fotoboek bij In de Knipscheer) van Molly McKenzie die het allemaal meemaakte en vastlegde. In 1968 maakte ik de eerste radio-opnamen van ze. Traditionele Amerikaanse muziek, deels afkomstig uit de verzameling van dominee van Beusekom, Jaap z'n vader. De bezetting was toen: fiddle (Joost Belinfante), theekistbas, gitaar, wasbord (Ernst), banjo (Jaap) en mondharmonica (Huib Schreurs). Plus van allerlei eromheen en meerstemmige zang. Ze zaten toen nog op school. Twee jaar later mocht ik meedoen aan de productie van hun eerste langspeelplaten. Toen in een andere samenstelling, ook met elektrische instrumenten erbij.En ja., CCC Inc. was in die tijd een 'commune', die woonde in de Peel, in een boerderij in Neerkant (gem. Deurne). Waarover later meer.

...de afstand tussen mensen...

Ton Rozeman

Momenteel lees ik 'Nu gaat het gebeuren', de eerste novelle (na twee verhalenbundels) van Ton Rozeman. Rozeman lezen is niet zomaar lezen. Het is lezen op glad ijs. Je moet op je tellen passen. Waarvoor? Dat is nou juist - zoals in ieder spookhuis - de vraag. Bijna ongemerkt, stukje bij beetje, zet hij de wereld op losse schroeven.

Weer gaat het over wat ik maar noem 'de afstand tussen mensen'. Zoals het op televisie net lijkt of je deel uitmaakt van één grote gezellige familie, zo ontvouwt Ton Rozeman hoe het in huiskamers en slaapkamers werkelijk toegaat. Ik heb nu een moeder en een zoon ontmoet, en de vrouw met wie de zoon samenwoont. Vader ligt in het ziekenhuis. En er kruipt vreemdheid in hoe ze tegen elkaar spreken, hoe ze doen. Een alinea: 'Moeder zette thee voor me, en vertelde over vader. Het was een soort hardop piekeren dat ze deed, ze haalde er van alles bij, ik verdacht haar ervan dat ze al had gedronken. Ook stak ze de ene na de andere sigaret op. Ik kreeg er hoofdpijn van, en als ik eenmaal bij haar weg zou gaan, zou ik stinken naar de rook. Tes zou me vanavond verplichten een douche te nemen - ze wil niet dat ik naar sigaretten ruik als ik naast haar lig.'Zo worden de onderlinge betrekkingen afgebakend. U ziet, niets aan de hand. Later meer. Vrijdag ga ik naar hem toe in Den Haag om een gesprek op te nemen.

Tags: 
RK Bouwblad (1934)
uitvoering van de prent door Dutch Originals (2007)

Staalstoelofoon

Begin jaren '30 werden 'buismeubelen' populair. Maar niet bij iedereen. De meesten vonden ze kil en zakelijk, ongezellig, getuige deze spotprent, waarop een buisstoel uitmondt in een trompetmondstuk.

Op de tentoonstelling 'Volmaakt Verchroomd' in het Haags Gemeentemuseum is hij nog tot 14 oktober te zien, samen met een keur aan buismeubelen. De fabriek d3 (1932-1935) heeft er veel geproduceerd. Maar ook architecten als Gerrit Rietveld en Mart Stam (zie eerder) ontwierpen ze. Meubelmaker 'Dutch Originals' heeft nu een aantal ontwerpen weer in productie genomen. En, ze hebben deze spotprent (maker onbekend, afkomstig uit het RK Bouwblad, 1934) speciaal voor de tentoonstelling ook echt uitgevoerd. Lastige embouchure. Lijkt iets voor Eric Vloeimans.

Groet

Op deze grijze maandag een groet van Dan Geesin.Met beleefde verwijzing naar zijn CD Fat Head, te krijgen bij Get Records, Utrechtsestraat 105 in Amsterdam. Ik zag zijn wondermooie nieuwe film. Waarover later meer.

Broek

Naar aanleiding van de broek van mijn grootvader (zie eergisteren) schreef Henk van der Haar: 'De streepjesbroek op de foto wordt al heel lang 'fantasiebroek' genoemd. Dat is als ik het wel heb de officiële naam. Waarschijnlijk omdat er veel variaties in streepjes waren.'

Ik antwoordde: 'Wat ik me herinner is dat hij bij het zwarte jasje hoorde en op zondag in de kerk gedragen werd. Of het jasje van een jacquet was weet ik niet meer zo zeker. Wat denk je?' Henk van der Haar schreef terug:'Je zag die broeken ook bij jacquets. Zie bijvoorbeeld foto's van vooroorlogse ministers, en dan hadden ze ook nog een vadermoordenaar om. Dominees (als ze niet in toga waren) en ouderlingen droegen inderdaad een zwart jasje bij de fantasiebroek en de hele zwaren een zwarte das zonder motiefje. Een grijze das was een tikje verdacht. Van de ware gelovige werd gezegd dat hij herkenbaar was aan zijn praat, zijn gelaat en zijn gewaad. In mijn jeugd was er een superzware dominee waarvan verteld werd dat hij de fantasiebroek te modern en frivool vond en daarom de kansel in ouderwetse, waarschijnlijk 18e-eeuwse, rijbroek besteeg. De kansel werd trouwens ook wel 'houten broek' genoemd (er zijn memoires van een predikant onder de titel "Dominee in houten broek").'

Mantova
Oostende

Zielen

 Neem die Italiaanse mevrouw in Mantova. Die mevrouw is bezig een rok te passen, op de markt, maar ze ziet mij. Wat of wie ziet ze eigenlijk? Wat of wie ziet de fietsende meneer links?Ik neem aan een buitenlander met een fototoestel. Maar dan?

 Zelf ben ik druk met instellen, ik merk niet hoe oplettend ze naar me kijken. Pas bij het laden van het materiaal - later, thuis - kwamen deze blikken naar de fotograaf aan het licht. De wederzijdsheid van zien en gezien worden. Maar ook de reacties op mijn vrijpostigheid. De achterdocht. Vraagt de mevrouw zich af hoe ze erop komt? Is ze een beetje boos dat ik niks vraag en zomaar doe? Of juist gevleid omdat ze me wel grappig vindt?

 Ovidius schreef al over de bezoekers aan voorstellingen: 'niet om te zien gaan zij, maar om gezien te worden' Maar er bestaan ook 'primitieve' stammen die het maken van foto's beschouwen als zieleroof. Iets van beide zie je hier terug. De zoon die zijn moeder in de rolstoel voorduwt in Oostende - en ook de inzittende - gunt me het voordeel van de twijfel. Net als de honduitlaatster achter hem. Ze denken dat ik hun zielen met zachtheid zal behandelen.

Tags: 
A.L.Snijders in zijn tuin nabij Lochem op 7 juli 2007

Grootvader

 A.L.Snijders onderhoudt geen weblog terwijl hij dat heel makkelijk zou kunnen doen. Hij noteert bijna dagelijks invallen, gebeurtenissen, overwegingen en kanttekeningen die hij per mail toestuurt aan mensen die op z'n lijstjes staan. Gisteren kwam het geloof ter sprake. Een van zijn 'achilleshielen'.

 'Een ultra-rechtse, diepgelovige, herboren, Amerikaanse christen voert oorlog met een wrede, ongelovige, Arabische moslim en wordt daarbij geholpen door een weeë, diepgelovige, sociaal-democratische, Engelse christen. Zij krijgen aarzelend en halfhartig hulp van een orthodox-christelijke Zeeuw, die op zijn beurt weer voor leugenaar wordt uitgemaakt door een ultra-linkse, diepgelovige sociaal-christen uit Scheveningen.

 'Ik schreef terug. 'Mijn grootvader was ouderling van de Ned. Herv. kerk. Ik heb nog wel eens een stuiver moeten gooien in het collectezakje waarmee hij rondging - in jacquet gekleed - in de noodkerk die kort na de oorlog diensten hield in de aula van het Haags Gemeentemuseum. Maar. Nu komt het. 'Op het eind geloofde hij helemaal niets meer.

 'Zei mijn vader - die zelf allang van zijn geloof was afgevallen - op verachtende toon. Ik bedoel te zeggen, hoeveel zich christen of wat ook noemenden geloven ook werkelijk wat zij geacht worden te geloven? Niet zo veel denk ik. Geloven ze dan niks? Ik denk dat ze voor huiselijk gebruik wat tot weinig verplichtende vroomheden hanteren. En die slijten. Zoals ons dienstmeisje Jannie in Eerbeek zei (als je bv. op de vraag waar je sjaal was antwoordde 'ik geloof op het gras laten liggen'): 'Geloven doe je in de kerk, maar hier moet je 't zeker weten. 'De wereld is als het erop aan komt vol Jannies. Islamitische, joodse en gereformeerde. De Jannies zullen ons redden.'

Michaël demonstreert de projector
uit het filmschilderij 'Weight' (2005).

Michaël Borremans (3)

 We leven in een vreemde wereld, en het erge is dat de televisie doet alsof ze alles begrijpt. Het is zaak steeds goed na te gaan wat je begrijpt en wat niet. De mensen duidelijk maken hoe weinig ze begrijpen. Dat is wat Michaël Borremans wil. Zich verzetten ook, tegen de collectieve onverschilligheid. Vanmorgen nam ik bij De Appel in Amsterdam een gesprek met hem op. De Belgische tekenaar, schilder en maker van films is maandag as. te horen in De Avonden.

 Hij raakte op dreef, ik ook. Naast ons stond een 35mm projector uit Milaan (1952) te ratelen die een van z'n bewegende schilderijen vertoonde. Ik dacht aan mijn eerste film, gezien op het dorp Eerbeek, in Hotel Nijk. Wat nu precies 'de film was' begreep ik niet. Ik dacht dat die reuzenmachine met z'n geratel en flikkerende lichtjes 'de film was'. Het schimmig gedoe op het scherm in de verte ontging me. Maar dat kon ik Michaël niet vertellen, hij was geïnterviewde, ik niet. Toch zit in zijn films zo'n ervaring. Hij maakt ademende schilderijen.Wat erop gebeurt is onbegrijpelijk maar bevat meer dan genoeg om de geest aan het werk te houden die het raadsel wil oplossen. Maar het zal hem niet glad zitten. Borremans zegt - desgevraagd - 'zeker bestaat er Belgische kunst'. Ga zijn stille films zien in De Appel.

Michaël Borremans
Beluister fragment
Carel Weeber
vlak voor de sloop

Carel Weeber (3)

In de Amigoe, het blad van Curacao, werd geschreven over de sloop van Carel Weebers Zwarte Madonna. Vanuit Curacao - waar hij sinds zijn emeritaat in een zelfgebouwd huis woont - liet Carel (Carlos) het volgende weten (met dank aan Ida Does):.

De AMIGOE veronderstelt dat de sloop van dit gebouw mij aan het hart gaat. De krant is niet de enige. Tot op het strand van Lagun word ik erop aangesproken. Is de sloop van je ontwerp zoiets is als de dood van een eigen kind? Laat ik iedereen bij deze gerust stellen, dat is niet zo. Een eigen ontwerp, je eigen geesteskind, is meer dan wat ook zodanig verbonden met je geest, dat sloop er niet toe doet. Sinds het ontwerp in je hoofd ontstond blijft het daar zolang het geheugen er nog is. Zoals een dove Beethoven zijn composities kon blijven horen, kan ik op elk moment door meer dan 100 gebouwen lopen die ik ontwierp, ook die niet werden uitgevoerd. Die ik bouwde zal ik niet meer bezoeken, de Madonna ook niet meer. Het in 1980 voor Tanzania ontworpen ziekenhuis bezocht ik nooit, ik weet niet of het nog bestaat. Het Nederlands paviljoen uit 1968 op de Wereldtentoonstelling in Japan was binnen drie jaar na de eerste schetsen al weg. Van het Vietnamese oorlogsziekenhuis uit 1973 bestaat nog een fragment dat nu wordt gebruikt als museum. Maar nog veiliger dan je geheugen zijn de media waarin de ontwerpen werden vastgelegd. Uiteindelijk ligt de architectuurgeschiedenis niet verankerd in steen, maar in archieven, ligt de essentie niet in gebouwen maar in de tekeningen. Van de Zwarte Madonna liggen deze opgeborgen bij het NAi, het Nederlands Architectuur Instituut. Dankzij haar roemvolle sloop is de Madonna ook over 1000 jaar te achterhalen, zelfs na te bouwen. Ik laat geen traan, maar heb te doen met de bewoners die uit hun prachtige woningen verdreven werden. CARLOS WEEBER(architect)Curaçao Uit: Amigoe, Curacao.

Arie Visser (2)

Langdurig lezen, in hoge concentratie. Dat kon Arie Visser (1944-1997). Hij deed het vaak in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek, waar hij bijna woonde. Vanmiddag werd het verzameld werk van de ‘man of letters’ aangeboden aan zijn weduwe Chadia zijn literaire nalatenschap overgedragen aan de UB.En nu heb ik de drie delen in huis. Poëzie, proza en documenten, waaronder de gesprekken die zijn vriend Oek de Jong in zijn laatste maanden met hem had. De schetsen van zijn werk en leven door Wim Sanders, Guus Luijters en De Jong ('Meester pijn las mij de les'). Niet vaak komt een levende man uit papier naar voren. Nu wel. Arie staat voor me en tikt me op de schouder.

En niet alleen mij. Uitgever Mai Spijkers was zo eerlijk zelf een aan hem gerichte, woedende brief uit 1989 voor te lezen: 'Het letterenvak is een voedselketen waarin de schrijver op de onderste plaats staat. Iedereen in de distribuerende afdeling van het vak, vanaf de telefoniste tot de directeur, zit op een vast salaris en maakt gebruik van de daaraan verbonden sociale bescherming. Ik kan daarvan geen gebruik maken, terwijl ik het vuile werk opknap. Ondertussen lijdt mijn familie armoede.'Geen speld tussen te krijgen. Ook ik heb nooit begrepen waarom uitgevers altijd moeten zetelen in peperdure grachtenpanden. Daar staat hij in z'n blauwe jek. Altijd dat jek.Arie de junk, die je leert kennen in de roman 'Het vangen van de draak'. Arie de jazzkenner, Arie de erudiet, Arie de Moslim en Arie de kleine zelfstandige. In de gedichten Arie tout court.Neem deze vertaling van een gedicht van de Japanner Ryokan (1758-1831):Hoogzomerbloedrode bergener is drank en er is inkten geen gast in zicht

Tags: 

Pagina's