Jan van Gelder
zijn Odyssee-vertaling. omslag van Berserik.

Jan van Gelder

Pasgeleden, bij Plato-vertaler Gerard Koolschijn kwam het gesprek op een andere vertaler van klassieken, Jan van Gelder (1899-1973), van wie ik les heb gehad. Voor Gerard was zijn vertaling van Plato's Gorgias van belang, om zijn begrijpelijkheid. Hoe de lessen van Jan van Gelder waren?

 Het kwam nogal eens voor dat hij bij het begin van het eerste uur tegen het gymnasiumklasje zei 'Dames en heren, de meester heeft vandaag geen zin, gaat u mee een kopje koffie drinken.'Dan sjokten we achter hem aan naar een nabij café met Perzische tafelkleedjes, waar hij een uur lang zwijgend uit het raam staarde, terwijl wij stilletjes wat huiswerk voorbereidden. Jan van Gelder heeft ook romans gepubliceerd, en schreef mooie stukken en gedichten voor het blad Libertinage (nu terug te lezen op DBNL). Zijn - zeer vrije - vertaling van Homerus' Odyssee is een van mijn lijfboeken..

 In de introductie daarbij (in de Ooievaarreeks van Bert Bakker) geeft hij dit beeld van de ideeën over leven en dood bij de Grieken in Homerus' tijd: 'De stervelingen, immers, maken gedurende hun korte bestaan op aarde meer ellende mee dan zij vreugde beleven en over hun lot na de dood behoeven zij geen enkele illusie te koesteren.'Volgt een samenvatting van Odysseus' bezoek aan de toegang tot de onderwereld, 'waardoor de schimmen van de gestorvenen naar buiten zweven, schril piepend en zich alleen nog maar bewust van een smartelijk en vergeefs verlangen naar alles wat zij op aarde achterlieten.'

 En Jan van Gelder verzucht: 'Men moge zich een dergelijk pessimisme indenken: het hopeloze verlangen naar iets dat in de ervaring grotendeels bitter was.

 'Hij rookte - ook tijdens de les - altijd Lexington. Waarbij zijn gewoontje was voor hij er een opstak met de wijsvinger een paar keer tegen het uiteinde de sigaret te tikken, waarvan het andere uiteind dan op het tafelblad rustte. Hij sprak ons aan met 'dames en heren', nooit bij de voornaam.

Tags: 
het boekje is er (foto Klaas Koppe)

Brakmans brieven (2)

Het boekje is er. Een selectie uit de brieven die Willem Brakman (1922-2008) schreef aan oa. Simon Vestdijk, Nol Gregoor, Tom van Deel, Bart Vervaeck en mij. De keus van samensteller en biograaf Gerrit Jan Kleinrensink maakt er een zelfportret van. Nu heet het 'De afwezige aanwezige', maar 'Zelfportret in brieven zou ook kunnen'.

Op de Beurs voor Kleine Uitgevers afgelopen zondag in Paradiso in A'dam werd het aangeboden aan Tom van Deel en mij.Links uitgever Nico Keuning van uitg. Reservaat en Hugo Brandt Corstius.Klaas Koppe maakte foto’s. Eigenlijk vormen deze brieven een perfecte introductie tot het werk van Brakman. Zo schreef ie nou, zo voor de vuist weg. Want zijn gouden regel was 'als je een brief krijgt, meteen antwoorden'. Hij staat voor je neus. ps. Op 17 januari opent het Rijksmuseum Twenthe in Enschede zijn grote Brakmantentoonstelling, waarover later meer

Louis Paul Boon (1912-1979)

Louis Paul Boon (2)

Wat is er zo goed aan het werk van Louis Paul Boon? Op school las ik De voorstad groeit. Vergeten straat ook, over een doodlopende straat in Brussel waarvan ook het open einde wordt afgesloten als de Noord-Zuid spoorbaan de stad doorsnijdt zodat de bewoners administratief worden vergeten (laatst werd de mooie film die ervan gemaakt is weer vertoond). Maar ik wist nog niets van België.

Nu het bijna verdwenen is gaf Ton Meurs me Boons Kapellekensbaan. Samen met Zomer te Ter-Muren het grote werk. Een boek met een weg als leidraad. Over de raadselachtige banden tussen arm en rijk. Vooral tussen rijke heren en arme, maar mooie meisjes. En al wat daar omheen leeft. Een 19de-eeuws onderwerp lijkt het, maar zo is het niet.Als een meisje mooi is en niet dom kan ze hogerop komen. Hier, in Rusland of Mexico-Stad.Het boek geeft voor de helft de geschiedenis van Ondine. Haar beschermheer heet Achilles: 'Zij sprak niet over Achilles, zij ging heen met deze gedachte; dat ze, wou ze haar geluk en liefde bewaren, niet meer in de onmiddellijke nabijheid van het kleine en miserabele mocht komen'.En dus zit ze op de knie van meneer Achilles. Harde conclusies: voor geluk en liefde moet je bij de rijken zijn. Al spreken ze Frans, en versta je ze niet altijd. Ook dat. Hoe moet dit tijdloze verhaal aflopen?

Tags: 
de meisjes dansen niet meer
de Superstar (1923)

Continental Superstar

Vijftien dans- en kermisorgels, cilinderpiano’s, mechanische piano's en orchestrions staan er in het Brusselse Jubelparkmuseum en ze doen het allemaal. Elke dag om 14.00 worden ze gedemonstreerd, op de expositie die genoemd is naar de 'Continental Superstar'.

De Superstar is een dansorgel, gebouwd door Theophiel Mortier in Antwerpen in 1923. Het telt 92 toetsen, waarvan: 18 registers, 23 zang, 20 tegenzang, 12 bassen, 12 begeleiding en slagwerk. Let op Guillaume Bax, de man die bij Mortier gerantwoordelijk was voor het muzikaal ontwerp van de orgels. Hij vond oa. de 'baxofoon', de jazzfluit en het 'vibraton' uit die in Belgische dansorgels veel gebruikt zijn. Arrangeur Arthur Prinsen heeft ook klassieke stukken bewerkt voor de Continental Superstar: van Dichter und Bauer tot Bach. Wat ik in Brussel leerde, er is zoveel verschil in toon tussen de instrumenten. Op tweestemmigheid en vibrato is meestal gerekend. Maar sommige pijpen klinken hemels en andere knarsen. Al deze muziek is om te dansen en daarvoor zijn de houten animeermeisjes. Vroeger konden ook die soms met scharnieren bewegen, nu weinig meer.

raadspensionaris Johan de Witt door Quellinus (1665). het beeld stond oorspronkelijk in de hal van De Witts huis.
Anna van Hannover, echtgenote van stadhouder Willem IV door Xavery (1736)

Koppen in Antwerpen

Bij toeval kwam ik vanmiddag in de 'bomvrije kelder' van het Antwerps museum terecht bij een tamelijk idiote expositie van borstbeelden, gemaakt in de Nederlanden in de periode 1600-1800.Marmer, wat terra cotta, maar toch meest marmer daar. Het lijkt hard, het is zacht en kwetsbaar.

De koppen die daar staan zijn merendeels van vorsten of staatslieden, en in de tijd zelf gemaakt naar levend model. Nog levende personen werden toen kennelijk afgebeeld zo lelijk als ze werkelijk waren. Hun omgeving kon dat controleren. En, het gebeurde met hun instemming..Ik ken het wel van schilderijen, maar wanneer je om zo'n kop heen kunt lopen en de knobbelneus onder alle hoeken kunt bekijken wordt het anders. De stem is dan niet ver meer. Deze kop van de Johan de Witt is dus vrijwel gelijk aan de kop die door het Haagse gepeupel in 1672 werd vermorzeld. En zo zie je een feest van onderkinnen, hazenlippen en hangende schouders, daar in de bomvrije kelder. Met als kampioenen beeldhouwers als Quellijn, Rombout Verhulst en Xavery.Gek, na een tijdje begon het te wennen. En begreep ik waarom later gemaakte, geïdealiseerde portretbustes van Romeinse keizers of Griekse denkers zo saai zijn. Julius Caesar met flaporen, dat zou wat wezen.

Silvia B. (2)

Vanmiddag Silvia B. ontmoet in het Haagse GEM. Op haar tentoonstelling die 'Les Beaux & Les plus Beaux' heet wat slaat op haar tekeningen en haar poppen. Het Frans ironiseert.

 We maakten een wandeling langs de in het wit geklede en uitgedoste karakters beneden in de kelder. Een ongewis sprookje vormen ze samen, met namen als Mors, Lord Rangda, Hero, Mr. Gaff en zo door. Zes figuren - jongetje, meisje? - bij een glazen kist waarin een poolhond op een jongetje ligt. Allemaal smetteloos aangekleed en uitgedost. Wat zijn dit voor karakters? Je beweegt van man naar vrouw naar kind, van mens naar dier, naar pop ook. Sneeuwwitje? 'Sprookjes zijn duidelijk zegt Silvia, de werkelijkheid niet.' Wat haar figuren gemeen hebben is hun smetteloosheid. Ze verklapt dat ze die ochtend nog met een kam door de haren is gegaan. Want het is heel wat ze uit het atelier los te laten. 'De kinderen zijn het huis uit.'Wat Silvia laat zien is de verwarring in uiterlijk. Wie is aantrekkelijk, mooi of lelijk, en waarom? Wie is echt en wie is fake?

 De duivel is nooit ver weg bij deze pop-mensen. Voor een kind is de pop echt en hoort een dier wat je zegt.Alles staat hier op losse schroeven, man, vrouw, kind en dier. Ik moest denken aan de levend geworden filmpop Chucky, die kind-perversie, pop-perversie tot het uiterste gedreven.Silvia B. weet wat ze maakt. Ze haalt de kermis en games schijnbaar moeiteloos de kunst binnen. Maandag 15 december, een week later dan eerder bedacht, na 21.00 is ze te horen in De Avonden.

Tags: 
Tovermeisje (1951)
Rottende dame met vogel (1945)

Melle en het Stedelijk

Wouter van Oorschot kraakt op z’n site noten over Melle Oldeboerrigter (1908–1976). Dit nog steeds naar aanleiding van de grote Arnhemse tentoonstelling 'De schepping van Melle', die te weinig aandacht krijgt. Dat is zo. En nooit eerder was er nota bene zoveel van hem te zien: ruim 300 werken. Conservator en samensteller Ype Koopmans en zijn team hebben zelfs onbekende werken gevonden.

Maar de gemeente Amsterdam, aldus Wouter, en met name de huidige directie van het Stedelijk Museum, zou zich diep moeten schamen. Immers Melle liet het Stedelijk indertijd vele tientallen werken na. Maar het museum stak nu geen poot uit om deze tentoonstelling - in zijn honderdste geboortejaar - naar Amsterdam te krijgen.En kwam ook nog met de goedkope smoes van een uitleenstop in verband met de verbouwing. Daardoor kregen de Arnhemmers geen vrije keus uit de enorme Melle-collectie. Er kwamen slechts twintig werken beschikbaar en het Stedelijk maakte die keuze ook nog zelf. Een keuze, volgens Wouter, waaruit blijkt dat men geen enkel gevoel heeft voor Melles werk, omdat een hele reeks topwerken domweg over het hoofd werd gezien, zoals 'De amateur', 'Het trottoir' en 'Merrie'. Driewerf schande! Aldus Wouter van Oorschot. En nogeens: op naar Arnhem.

de schouwburg 1
Fiere Margriet (1207-1255) drijft altijd in de Dijle
de schouwburg 2

Schouwburg

Af en toe ga ik naar Leuven, om in de avond wat rond te lopen, langs hoge poorten waar eens koetsen door reden, over Dijle-bruggen waaronder Fiere Margriet - de lokale heilige - voorbij drijft. Margriet drijft altijd tegen de stroom in. Het poortje waar Erasmus zijn drietalig college stichtte waar je kon leren de bijbel in de oorspronkelijke talen te lezen, de Stella Artois brouwerij en de Hortus, met vooral zeldzame appels en peren.

Nu was de stadsschouwburg verlicht. Ik liep brutaal naar binnen in een rondgebouwd Art Déco-interieur met reliëfs en schilderingen. En zag de trots waarmee dit gebouw rond 1930 moet zijn geopend door een lang dode burgemeester ten overstaan van ook erg dode notabelen. Vrouwen in avondjurken zag ik achter de Cola automaten van nu.Ze stonden er bij of het altijd zo zou blijven. Over de architect en de makers van de wandschilderingen is op internet niets te vinden. Ik zal terug moeten naar het stadsarchief. Want ik bewonder hun werk. En denk erbij hoe grondig de stad in 1914-1918 vernield is. In de stad staan daarvan op 8 plaatsen reuzenfoto's..

Beton (34)

Arie Schippers vervolgt zijn 'minimal imaging'. Zo noem ik 't.

betonnen driehoekjewaar je op moet zittenals de pont aan de andere kant ligtvan de ijsel

kermis
Paaseiland
Egypte

Gezichten

 Willem Frederik Hermans kwam graag in het Jubelparkmuseum in Brussel, hij woonde er vlakbij. Ook Hergé kwam er.

 In Nederland is zo'n museum allang onbestaanbaar geworden. In een volle week zou je nog niet alles hebben gezien. Van de reuzenmaquette van het oude Rome tot de houten beeldjes in de vleugel Middeleeuwen, van maskers uit Oceanië tot de fayoem doodsportretten uit Egypte.De krakende zolen van een enkele suppoost. En jij. Deze zondag begonnen de gezichten me aan te kijken. Die van de houten poppen op het Kermisorgel de Continental Superstar, net zo goed als die van introverte Egyptische vrouwen en de reuzen hoofden van het Paaseiland. Gezichten, die maar naar je kijken.Op den duur werd ik er raar van in m'n hoofd.

 ps. De tentoonstelling 'Continental Superstar' van Kermis en caféorgels en andere mechanische orkesten is een feest. Alles doet het en wordt elke middag om twee uur gedemonstreerd.

Tags: 

Pagina's