Zitten. Deze twee gestalten zitten, niet ver van elkaar. Allebei 'Verzonken'.
Hun houding is die van armen om de bovenbenen geslagen, waarbij het hoofd rust op de knieën. Heel geschikt voor met z'n twee, zie ik nu. Omdat een tersluiks opkijken uit die verzinking opeens zou kunnen.
Ik zit daar met m'n ogen dicht - bij voorkeur in een zomerse wei, het is warm, insecten zoemen om m'n hoofd, ik soes wat. Daarbij schiet me iets te binnen dat met ons tweeën te maken heeft. Ik open een oog en kijk naar je. Maak kennelijk een geluidje dat je uit je peinzen haalt. Je opent ook een oog. We kijken mekaar aan. We glimlachen. Zonder te weten waarom.
Maandagavond na 22.00 in de Avonden meer.