Gouden ritsje

 'Gedachten' (1992) van Maja van Hall werd gemodelleerd in gips en daarna in brons gegoten.

 De vorm is bijna verd­wen­en, weggesleten 'als door eeuwen gebr­uik of misbr­uik', zoals ze zegt. Je ziet nog iets als een men­selijk hoofd. Het ligt op een goudsatij­nen kussen, waarvan het overt­rekje kan worden losgehaald met een gouden ritsje. Dat ontroe­rt. Ook het overtrek van een gouden kussen waarop gedach­ten rusten moet af en toe in de was. 

 Dit is dan Maja van Van Halls commen­taar op de per­fectie van beeldhouwers als Bran­cusi, of Man Ray, wiens glanzende tors toch ook op een fluwelen bedje ligt. Stom, laatst in het Gemeen­temuseum vergeten te kijken of in dat okerfluwelen bedje van Man Rays naakt ook een rits zit.

 Vanavond na 22.00 meer

Tags: 

Maja van Hall (2)

 Zitten. Deze twee gestalten zitten, niet ver van elkaar. Allebei 'Verzonken'.

 Hun houding is die van armen om de bovenbenen geslagen, waarbij het hoofd rust op de knieën. Heel geschikt voor met z'n twee, zie ik nu. Omdat een tersluiks opkijken uit die verzinking opeens zou kunnen.

 Ik zit daar met m'n ogen dicht - bij voorkeur in een zomerse wei, het is warm, insecten zoemen om m'n hoofd, ik soes wat. Daarbij schiet me iets te binnen dat met ons tweeën te maken heeft. Ik open een oog en kijk naar je. Maak kennelijk een geluidje dat je uit je peinzen haalt. Je opent ook een oog. We kijken mekaar aan. We glimlachen. Zonder te weten waarom.

 Maandagavond na 22.00 in de Avonden meer.

Tags: 

Maja van Hall (1)

 Over staan en liggen is veel gezegd, over zitten minder.

 Er wordt veel gezeten bij Maja van Hall (75), die nu exposeert in Beelden aan Zee. Op stoelen of op de grond. Het zittende lijf vertelt verhalen. Zittende ruggen, schouders, heupen, voeten, hoofden zijn anders dan staande of lig­gende. Dat moet wel haast komen doordat er staande, lig­gende en ook zittende gedachten bestaan.

Een zittend been heeft weinig te doen, hangt vaak wat doelloos omlaag, terwijl een zittende rug zich inspant of juist nadruk­kelijk ontspant. Het zittende hoofd is nadenkerig. Heeft even vrij, staart in de verte of naar binnen. Terwijl de zittende heupen maar blijven bewegen, woelen, zoeken naar comfort. Zo keek ik naar het werk van Maja van Hall. Huiselijk, was het woord dat zich opdrong, nabij. Op straat staan weinig stoelen. En zomaar op de stoep gaan zitten doe je zelden.

En dan heb ik nog niks gezegd over het cruciale 'gaan zitten'. Het spektakel van de overgang van staan naar zitten. Later meer.

Tags: