De rode loper (2)

 Veelzeggende titel van de nieuwe roman van Thomas Rosenboom, die dezer dagen verschijnt. Vanmiddag was ik bij hem.

 Over roem en overspannen ambitie schreef hij eerder. 'Maar in dit boek gaat het over roem van de mindere soort. Namelijk gewoon willen opvallen. Aandacht willen krijgen zonder echt beroemd te zijn.'

 Net als hoofdpersoon Lou, roadmanager in de populairste band van Arnhem in de jaren '70 zocht Thomas het in de popmuziek. Hij speelde basgitaar in een bandje. En in dit boek laat hij zijn droom in vervulling gaan. Een leven, niet als sologitarist maar als roadie. Niet in Amsterdam, niet in Paradiso maar in Arnhem: 'Maar ook daar heb je meer en minder beroemde mensen. Je kan de beste band van Arnhem zijn.'

 Zijn hele jeugd vanaf z'n 14de heeft ie voor een Fenderbas gespaard, maar nooit bereikt. Het verhaal eindigt in het hier en nu. De band stopt ermee. En Lou begint met huwelijksvideo's. Waarbij hij z'n ontdekking doet, en daarmee de sleutel van De rode loper: publiek kijkt liever naar zichzelf dan naar muziek of een film. Je hoeft niks meer te kunnen voor roem. Een goed pak en een fles champagne is genoeg. De ideale bruiloft blijkt die welke voor de eerste helft gefilmd wordt en voor de tweede bestaat uit het gezamenlijk bekijken van de eerste. Jezelf, geprojecteerd op de muur.