Regisseur Joram Lürsen en scenarist Frank Ketelaar hebben high drama voor ogen. Twee kleine mannen, de vioolbouwer en de mislukte Hoogeveense apotheker - Gijs Scholten van Aschat en Jacob Derwig - in hun vergeefse strijd tegen het bouwgeweld en de inzet van de moderne tijd rond 1900. Nu 450.000 exemplaren verkocht.
Ik zoek het meisje. Maar er komt in het boek geen vrouwenrol voor, behalve de stille apothekersvrouw Martha. Maar het moet toch een Nederlandse publieksfilm worden en Rifka Lodeizen staat hier. Mij wordt uitgelegd dat om haar erin te schrijven de twee mannen wat verjongd zijn. Natuurlijk, Derwig, de apotheker kan geen zwaarlijvige zestiger zijn.
Maar wat je als Rosenboom-lezer het meest benieuwt is of de spanning van het boek bewaard kan blijven. De zelfoverschatting die altoos voor de val komt, de onvermijdelijke vernederingen. De Rosenboom-achtige spanning van het 'doe nou niet' die in het boek over je komt bij al wat de twee middenstanders tegen de hoge heren, de instanties ondernemen.
Het zijn er dus twee gebleven. Ketelaar heeft de vioolbouwer en de apotheker niet samengevoegd tot een.
Het moet een film voor een groot publiek worden, zegt Lürsen. Dat hij wil overdonderen met een gecombineerde aanpak van decorbouw en digitale visualia: groots. Heel erg 1900, heel erg stationsplein. Maar dan? Waar in het verhaal stapt Rifka Lodeizen uit de trein op CS? En dan?