Publieke werken

 Thomas Rosenboom zei me vanmorgen in het Victoria Hotel bij de presentatie van acteurs, scenarist en regisseur dat hij even weinig wist als ik. Er worden decors gebouwd, in Boedapest. Dit najaar beginnen de opnamen.

 Regisseur Joram Lürsen en scenarist Frank Ketelaar hebben high drama voor ogen. Twee kleine mannen, de vioolbouwer en de mislukte Hoogeveense apotheker - Gijs Scholten van Aschat en Jacob Derwig - in hun vergeefse strijd tegen het bouwgeweld en de inzet van de moderne tijd rond 1900. Nu 450.000 exemplaren verkocht.

 Ik zoek het meisje. Maar er komt in het boek geen vrouwenrol voor, behalve de stille apothekersvrouw Martha. Maar het moet toch een Nederlandse publieksfilm worden en Rifka Lodeizen staat hier. Mij wordt uitgelegd dat om haar erin te schrijven de twee mannen wat verjongd zijn. Natuurlijk, Derwig, de apotheker kan geen zwaarlijvige zestiger zijn.

 Maar wat je als Rosenboom-lezer het meest benieuwt is of de spanning van het boek bewaard kan blijven. De zelfoverschatting die altoos voor de val komt, de onvermijdelijke vernederingen. De Rosenboom-achtige spanning van het 'doe nou niet' die in het boek over je komt bij al wat de twee middenstanders tegen de hoge heren, de instanties ondernemen.

 Het zijn er dus twee gebleven. Ketelaar heeft de vioolbouwer en de apotheker niet samengevoegd tot een.

Het moet een film voor een groot publiek worden, zegt Lürsen. Dat hij wil overdonderen met een gecombineerde aanpak van decorbouw en digitale visualia: groots. Heel erg 1900, heel erg stationsplein. Maar dan? Waar in het verhaal stapt Rifka Lodeizen uit de trein op CS? En dan? 

Lena

 Thomas Rosenboom is levenslang geïntrigeerd door het verschijnsel 'roem'. Ik herinner me dat hij ten tijde van zijn debuut (1983) in zijn karakteristieke, klassieke spreekstijl eens formuleerde dat hij 'in tel' wilde zijn.

 In zijn nieuwe roman De rode loper wil ook de zwijgende, verlegen maar beeldschone Lena in tel zijn. Over de roem en het mooie meisje schrijft Thomas:

 'Misschien, als je zo mensenschuw bent als zij, dat je je dan nog het meest op je gemak voelt in het middelpunt van de aandacht, achter een microfoon of voor de camera's op de rode loper - daar is het in elk geval duidelijk wat je doen moet, die rol geeft dan net genoeg zekerheid om je angst te boven te komen en je eindelijk eens te laten zien...'.

 Lena is net zo zwijgzaam als Lou, de roadie waar het boek om draait. Zo vinden ze mekaar. Ik vroeg Thomas ernaar en hij zei: 'Ik denk dat zulke mensen wel bestaan. Lou heeft in zijn leven nauwelijks wat gezegd. In de oefenruimte werd nauwelijks gesproken. Zo word je nooit volwassen. Op zijn vijftigste heeft hij voor het eerst een afspraak met een meisje. Dat is Lena.'

 En, o wonder, gezamenlijk komen ze - na wat mislukte pogingen - tot de conclusie dat zonder praten ook kan. Morgenavond praat ik in de Avonden met Thomas over De rode loper.

 

 

De rode loper (2)

 Veelzeggende titel van de nieuwe roman van Thomas Rosenboom, die dezer dagen verschijnt. Vanmiddag was ik bij hem.

 Over roem en overspannen ambitie schreef hij eerder. 'Maar in dit boek gaat het over roem van de mindere soort. Namelijk gewoon willen opvallen. Aandacht willen krijgen zonder echt beroemd te zijn.'

 Net als hoofdpersoon Lou, roadmanager in de populairste band van Arnhem in de jaren '70 zocht Thomas het in de popmuziek. Hij speelde basgitaar in een bandje. En in dit boek laat hij zijn droom in vervulling gaan. Een leven, niet als sologitarist maar als roadie. Niet in Amsterdam, niet in Paradiso maar in Arnhem: 'Maar ook daar heb je meer en minder beroemde mensen. Je kan de beste band van Arnhem zijn.'

 Zijn hele jeugd vanaf z'n 14de heeft ie voor een Fenderbas gespaard, maar nooit bereikt. Het verhaal eindigt in het hier en nu. De band stopt ermee. En Lou begint met huwelijksvideo's. Waarbij hij z'n ontdekking doet, en daarmee de sleutel van De rode loper: publiek kijkt liever naar zichzelf dan naar muziek of een film. Je hoeft niks meer te kunnen voor roem. Een goed pak en een fles champagne is genoeg. De ideale bruiloft blijkt die welke voor de eerste helft gefilmd wordt en voor de tweede bestaat uit het gezamenlijk bekijken van de eerste. Jezelf, geprojecteerd op de muur.

De rode loper (1)

 Thomas Rosenboom heeft meermaals te kennen gegeven geobsedeerd te zijn door roem. Met als podium in het bijzonder de pop­muziek.

 Als jongeman droomde hij zich een Mick Jagger, vertelde hij. Blinde ambitie werd een van zijn grote thema's. Dinsdag ga ik bij hem langs om te praten over zijn binnenkort te verschijnen roman De rode loper, over het leven van de reusachtige Lou uit Zevenaar, die in de jaren '70 niet verder komt dan road­manager van een lokale Arnhemse band.

 Popmuziek ontstaat en leeft voort in de diepe provincie, lang geleden al stamden wonderkinderen als Robert Johnson, Jerry Lee Lewis uit gaten als Ferriday Louisiana of Hazlehurst, Mississippi. Bij ons kwam Harry Muskee, Herman Brood of Kaz Lux van ver buiten de randstad. De ontsnapping, het snakken naar roem in de diepe provincie, daarvan heeft Rosenboom - zelf geboren in Doetinc­hem - de smaak en geuren in dit boek feilloos te pak­ken. De zwijgende tragiek van de reusachtige roadmanager, die tevoren 'test one two three' in de microfoons roept, het drumstel op het podium vastspij­kert en achteraf in het busje seks heeft met overgeschoten groupies. Tot de band ermee stopt, en hoe dan verder, terug in Zevenaar? Daarover gaat De rode loper.

 Tot ie tegen het eind van het boek de geniale ingeving krijgt die het thema van het boek met een ijzeren logica naar het hier en nu tilt. De rode loper is een erg actueel boek. Later meer.

de film
het handschrift
de schrijver

Thomas Rosenboom (1)

Ik lees 'Zoete mond' van Thomas Rosenboom. En na tweehonderd pagina's dringt zich de domste vraag op: is deze dierenarts Rebert van Buyten nu eigenlijk een aardige man of niet?

Moeilijk te zeggen. Zeker, als zoveel Rosenboom-karakters heeft hij een onbedwingbare neiging zich in de nesten te werken.
Maar juist daarom krijg je mededogen, ja sympathie voor Rebert.
Rosenboom is een meester in het schrijven van wat Hermans 'onsympathieke romanpersonages' heeft genoemd.
Hoe worden ze zo? Soms drijft zelfoverschatting ze, zoals in Gewassen vlees of Publieke werken, zodat vernedering wel moet volgen. Maar in Zoete mond lijkt het noodlot in pure vorm aan het werk. Wat zal het aanrichten? Die onvoorspelbaarheid doet mij als lezer goed.
Er is iets aan de hand met die man. Mensen mijden hem. Hij heeft het wel in de gaten, maar kan er niets aan veranderen. 'Waarom ben ik niet uitgenodigd op het feest,' zo vat Rosenboom het in de film samen. Ja, waarom?

Vandaag beleefde de film 'De onzekerheid blijft' over het ontstaan van 'Zoete mond' z'n première in Vlissingen op Film by the sea. Morgen, zondag is hij te zien op Rtv-Noordholland, om 10.00, 12.00, 14.00 en 16.00 uur.
Samen met Thomas en makers Talitha van der Hoeden en Sanne van der Noort ga ik de film bekijken. Woensdag is dat gesprek in de Avonden te horen.
Intussen lees ik verder. Op naar pagina 546. Nu wil ik het weten ook. En ach, die bewoordingen.. Verslavend.
 

Sara van Dijk
Theo Veenhof, ook vanmorgen in Studio Desmet
ietsje later

Mode (3)

 Vanmorgen in de Weekendeditie van De Avonden ging het dan over 'het ontstaan van de haute couture' en de 19de-eeuwse lichtstad Parijs, waar Alfred Stevens de grote societyschilder was. Ook over de Engelsman Worth, bij monde van Sara van Dijk, en over Emile Zola's warenhuisroman 'Au bonheur des dames', herzien door Theo Veenhof.

 'In het paradijs voor de vrouw' is volgens The Guardian 'een van de eerste romans over seks & shoppen'. In 2000 waren er 21,7 miljoen exemplaren verkocht, Zola had het warenhuiswezen grondig bestudeerd, klanten en personeel. Het ging in 1880 niet veel anders toe dan in de koopgoten van meer dan honderd jaar later.

 In het Parijs van die jaren werd op grote schaal gesloopt voor de aanleg van de boulevards. Van de middeleeuwse stad bleef bar weinig over. Zo kwam er in de gloednieuwe stad ook ruimte voor de warenhuizen en hun koopgrage publiek. 
 

 In z'n nawoord (juni dit jaar) noteert Veenhof dat bij Zola vrij letterlijke beschreven staat wat ook in Publieke Werken van Thomas Rosenboom voorkomt: de sloop van de kop van het Damrak voor het Victoria Hotel.
Veenhof: 'Je kunt "In het paradijs voor de vrouw" lezen als een dissertatie over het ontstaan van de warenhuizen en de sociale gevolgen daarvan.'
Hier begon het funshoppen. Inclusief de reclame, de prijskaartjes, de opruimingen en de uitgekiende 'routing'.
'Déze markt was geschapen uit het vlees en bloed van de vrouwen.'
En dan aan beide kanten van de toonbank.

De Avonden (za) 17 oktober uur 3
Beluister fragment
De Avonden (za) 17 oktober uur 4
Beluister fragment