Thomas Rosenboom is levenslang geïntrigeerd door het verschijnsel 'roem'. Ik herinner me dat hij ten tijde van zijn debuut (1983) in zijn karakteristieke, klassieke spreekstijl eens formuleerde dat hij 'in tel' wilde zijn.
In zijn nieuwe roman De rode loper wil ook de zwijgende, verlegen maar beeldschone Lena in tel zijn. Over de roem en het mooie meisje schrijft Thomas:
'Misschien, als je zo mensenschuw bent als zij, dat je je dan nog het meest op je gemak voelt in het middelpunt van de aandacht, achter een microfoon of voor de camera's op de rode loper - daar is het in elk geval duidelijk wat je doen moet, die rol geeft dan net genoeg zekerheid om je angst te boven te komen en je eindelijk eens te laten zien...'.
Lena is net zo zwijgzaam als Lou, de roadie waar het boek om draait. Zo vinden ze mekaar. Ik vroeg Thomas ernaar en hij zei: 'Ik denk dat zulke mensen wel bestaan. Lou heeft in zijn leven nauwelijks wat gezegd. In de oefenruimte werd nauwelijks gesproken. Zo word je nooit volwassen. Op zijn vijftigste heeft hij voor het eerst een afspraak met een meisje. Dat is Lena.'
En, o wonder, gezamenlijk komen ze - na wat mislukte pogingen - tot de conclusie dat zonder praten ook kan. Morgenavond praat ik in de Avonden met Thomas over De rode loper.