­Too much happiness

 Alice Munro schreef soms anders dan anders. In het titelverhaal van haar bundel Too much happiness beschrijft ze scènes uit het leven van de Rus­sische wis­kundige Sophia Kovalevski (1850-1891). Een vrouw die last had van haar begaafdheden.

 Ze won een belangrijke wis­kundeprijs, en reisde heel Europa door maar wie wilde haar? Tenslotte werd ze als eerste vrouw ter wereld benoemd tot hoogleraar wis­kunde in Zweden. Ze was mooi en had 'onder haar krullebol een hoogst onconventionele geest', maar welke man had in die tijd zin in zo'n begaafde vrouw die ook nog e­ens over een literair talent beschikte.

 Munro beschrijft hoe ze tenslotte valt voor 'Dikke Maksim', een verre neef: 'Hij neemt teveel plaats in op de divan en in je geest. In zijn aanwezigheid is het me onmogelijk aan iets anders te denken dan aan hem.' En dat terwijl ze moest werken aan haar inzending voor de Bordin prijs. 'Ik verwaarloos niet alleen mijn Functies, maar ook mijn Elliptische Integralen' schreef ze een collega.

 Maar hield Maksim ook van haar? Hij eindigde een brief met de fatale zin 'Als ik van je hield zou ik anders geschreven hebben'.

 'Onthoud altijd dat als een man de kamer uitgaat, hij alles achterlaat wat in die kamer is' schreef een vriendin aan haar. ' Als een vrouw uit gaat neemt ze alles wat in die kamer gebeurd is met zich mee.'

 Het loopt slecht af, Sophia - al ziek - reist met boten en treinen van Berlijn naar Stockholm. Geeft nog wel haar eerste college, maar sterft dan, 41 jaar oud.'

Tags: