Hoe Alice Munro woonde

 Alice Munro ging naar high school van 1944-1949. De arme tijd op het Canadese platteland. In de biografie van Robert Thacker staat waar ze van leefden, ze hadden kippen en een koe en verbouw­den hun eigen groente. Ook hoe ze het huis warm hielden: 'We verwarmden het huis met zaagsel, wat de goedkoopste brandstof was die je kon kopen. Een vreselijke geur.'

 'Ik had nooit een jurk uit de winkel, of kleren, maar zo gingen veel kinderen naar high school.' Haar moeder maakte alles zelf, waar ze niet erg goed in was, zoals het rode feestjurkje waar ze een pijnlijk verhaal over schreef.

 Als ze eenmaal getrouwd is woont ze met haar thuis werkende man en twee kinderen. Dat gaat zo: 'Een huis is geschikt voor een man om in te werken. Hij brengt zijn werk mee naar huis, daar wordt plaats voor ingeruimd. Het huis schikt zich naar hem, zo goed het kan. Iedereen erkent dat zijn werk bestaat. Er wordt niet van hem verwacht dat hij de telefoon aanneemt, dingen zoekt die kwijt zijn, uitvist waarom kinderen huilen of de kat voert. Hij kan zijn deur dicht doen. Stel je voor (zei ik) dat een moeder haar deur achter zich dichttrok terwijl de kinderen wisten dat ze er achter zat; waarom? de gedachte alleen al is ongehoord voor ze.'

 En ze besluit: 'Een vrouw maakt geen gebruik van een huis, ze is het huis. De twee kunnen niet gescheiden worden.'

Tags: 

Alice Munro en Chagall

 Het is 1959. Een moeder van dochtertjes van twee en zes ligt op bed. Ze is niet ziek, ze eigent zich een kwartier toe. Ze probeert te denken over wat ze zou willen schrijven. Bij Alice Munro (1931) is dat altijd het dichtbije, waarmee alles begint. Ik lees haar biografie van Robert Thacker 'Writing her lives'. Waarin over haar vroege jaren:

 'Ik probeerde een schrijver te zijn maar ik schreef zelden iets. Wat ik deed was mijn hoofd schoonvegen en me vastklam­pen aan iets waar ik over wilde schrijven. Het was het verleden, het was nog niet mijn verleden. Op mijn slaapkamer had ik een reproductie van Chagalls 'Ik en het dorp' waar ik naar keek om hulp. Ik geef dat niet graag toe - de maanwitte koeienkop, de kostbare stenen, de kerk ondersteboven, dat leek allemaal stylish en opgepoetst, als je het vergeleek met het echte verleden waar ik mee te maken had, zelfs als een droom is dat beeld ver weg - maar het is waar dat toen ik op bed lag en er naar keek dat ik een massa gecompliceerde pijnlijke waarheid op mijn hart voelde drukken; ik wist dat ik niet leeg was, ik wist dat ik straten en huizen en gesprekken binnenin me had; weinig idee over hoe die eruit te krijgen en geen tijd of een manier om greep op ze te krijgen.'

 De sleutelzin 'ik wist dat ik niet leeg was' komt terug bij de over haar schrijven twijfelende Munro. De Chagall ook, in een verhaal, waarin een echtgenoot er een hekel aan heeft. Munro groeide op in de Canadese provincie en wist uit ervaring veel van dieren.

Tags: 

Alice Munro's vrouwenstudies

 Vrouwenstudies. Zou daarin nog gedoceerd worden? De mijne duren al levenslang. Mijn laatste en beste docente, Alice Munro, is net 83 geworden. Vandaag: ok­selplooien.

 In het verhaal Labor Day Dinner (1981) uit The moons of Jupiter gaat Roberta, moeder van dochters van zeventien en twaalf met hen en George naar een eetpartij in de open lucht. Wat zal iedereen aantrekken? Roberta is net afgevallen.

 'Roberta draagt een gebleekt okeren katoenen broek en een los, baksteenkleurig hemdje van ruwe zij - een kleur die goed genoeg gaat bij haar donkere haar en bleke huid als ze op haar best is, maar vandaag is ze niet op haar best. Toen ze zich opmaakte in de badkamer dacht ze dat haar huid op een stuk vetvrij papier leek dat verfrommeld was tot een bal en daarna weer gladgestreken. Even was ze ingenomen met haar slankheid en had bedacht een strak zilveren haltertopje te dragen dat ze bezat - een glamoreus grapje - maar op het laatste moment was ze van gedachte veranderd. Ze draagt een zonnebril, de reden is dat ze soms in snikken uit­barst, niet als het echt slecht gaat, maar tussenin; de uit­barstingen komen net zo onaangekondigd als niesbuien.'

 En dan beschrijft Munro hoe Roberta dat zilveren topje voor ze weggaan aantrekt en George binnenkomt: 'Ga je dat dragen?' Ze zegt: 'Ik dacht het ja. Ziet het er goed uit?' Waarop George zegt: 'Je oksels zijn kwabbig'.

 Er staat 'flabby'. Meteen trekt Roberta iets anders aan. En wat volgt is haar verwerking van dit fatale woordje. De tevredenheid van George over het lucht geven aan zijn walging. De onver­geeflijkheid van de opmerking. En dan de vraag: bestaan er oefeningen tegen okselplooien? Met als conclusie 'Ze moet hier weg, alleen gaan leven, en lange mouwen dragen.'

Tags: 

Aan verliefdheid ontkomen

 Alice Munro raakt aan wat zo vaak verzwegen blijft. Aanvallen van verliefdheid bijvoorbeeld. Letterlijk gebeurt dat in een van de verhalen in 'Who do you think you are?', waarin Rose per auto vlucht voor wat over haar gekomen is.

 Simon's luck heet het verhaal. En daar gaat ze: soms een uurtje slapend in haar auto langs de kant van de weg. En het lijkt te werken!

 'De kracht werd zwakker met de afstand. Zo eenvoudig was het, maar die afstand, dacht ze later, moest wel afgelegd worden per auto of bus of fiets. Je zou dit niet bereiken per vliegtuig. In een prairiestad in het zicht van Cypress Hills herkende ze de verandering. Ze had de hele nacht gereden, tot de zon achter haar opkwam en ze voelde zich kalm en helder. Ze ging een café binnen en bestelde koffie en gebakken eieren. Ze zat aan de bar en keek naar de gewone dingen die je achter een bar ziet - de koffiepotten en de glimmende, maar waarschijnlijk muffe citroen- en frambozentaart, de dikglazen kommen waar je ijs of gelatinepudding in doet. Het waren die schaaltjes die haar vertelden dat ze er anders aan toe was. Ze had niet kunnen zeggen dat ze ze mooi vond of veelzeggend zonder de boel verkeerd voor te stellen. Alles wat ze had kunnen zeggen was dat ze ze op een manier zag die onmogelijk zou zijn voor iemand die op welke manier dan ook verliefd was. Ze voelde hun stevigheid met een genezende dankbaarheid waarvan het gewicht zich comfortabel in haar hersens en voeten nestelde. Ze realiseerde zich dat ze dit café was binnengekomen zonder het minste verwijderde idee van Simon, het leek er dus op dat de wereld niet langer een podium was waar ze hem zou kunnen ontmoeten en weer zichzelf geworden was.’ 

Tags: 

Een zomer met Alice Munro

 Na Dear life (2012), haar laatste boek, nog voor ze haar Nobel­prijs kreeg zei Alice Munro (bijna 83) dat ze was op­gehouden met schrijven. Op de vraag waarom, en wat ze dan wel deed zei ze: 'Omdat ik het idee had dat ik eindelijk een echte vrouw aan het worden was.'

 Wat of dat dan inhield? 'Veel mensen te eten krijgen,' zei ze lachend. 'Gewoon een aardig iemand zijn. Het eerste wat ik deed was het huis waar we wonen nieuw inrichten, en dat vond ik leuk - maar daar ga je, je drijft weer af naar dingen opschr­ij­ven, terwijl je je afvraagt, is dit wel wat ik moet doen op mijn leeftijd.’

 Ik lees al maanden Alice Munro en zal dat blijven doen tot ik alles van haar gelezen heb. Waarom? Waar leidt haar ongehoorde opmerkingsgave, haar zo precieze kennis van mensen en hun doen en laten toe?

 Redacteur Daniel Menaker zei het zo: 'Je denkt dat ze je probeert te helpen bij het krijgen van wat werkelijke mensenkennis, maar dat eindigt meestal met het inzicht dat menselijke motieven en karakters onkenbaar zijn, met een duistere onzekerheid over wat mensen drijft.'

 Wat we van onszelf en anderen niet weten, daar schrijft Alice Munro over. Of schreef? Ook dat weten we niet.

Tags: 

Alice Munro's biografie

 Waarom blijf ik Alice Munro (1931) lezen, boek na boek? Het wordt een verslaving. Zolang de aangekondigde biografie van de Amerikaan Robert Thacker er nog niet is doe ik het met verspreide krantenstukken, flarden inter­view.

 Vergis je niet in de onverzettelijkheid van deze dochter van een bontfokker - die ze altijd in ere hield - en een onderwijzeres, een deftige dame die zich te goed vond voor de wereld. Alice trouwde op haar negentiende met haar eerste vriendje, Jim Munro. In het autobiografische verhaal 'The Ticket' schrijft ze:

 "De vooruitzichten waren niet veel­belovend. In die zelfde herfst waren mijn vader en broer bezig het deksel van de waterput op het zijerf te repareren en mijn broer zei 'We kunnen dit beter goed doen. Want als die jongen hier in valt krijgt ze nooit meer een ander.' En dat werd een favoriete familiegrap. Natuurlijk lachte ik ook. Maar waar de mensen om me heen zich zorgen om maakten, was voor mij ook een zorg, tenminste van tijd tot tijd. Wat was er mis met me? Aan mijn uiterlijk lag het niet. Iets anders. Iets anders, helder als een waarschuwingssignaal, joeg mogelijke vriendjes en potentiele echtgenoten van mijn pad.'

 In 1973 scheidde ze na 22 jaar van Munro. Waarna zij en haar twee dochters - hippietijd in de Canadese provincie - joints gingen roken en minirokken dragen. En hun vader en ex uitmaakten voor een male chau­vinist pig. Jonge vrouwen bij Alice Munro zijn vaak koket, hun uiterlijk doet ertoe, net als hoe ze gekleed gaan. Ze gebruiken vaak 'blusher'. Over dat ‘iets anders’: intelligentie hoeft dus geen handicap te zijn.

Tags: 

Vergeten hippies

 Wie waren ze, hoe deden ze, hoe praatten ze. Hoe dachten ze? Bijna vergeten. Alice Munro (1931), de Nobelprijswinnares leefde temidden van ze. Al was ze een graadje ouder.

 De gruwelen van die tijd zijn slecht gedocumenteerd. Zoals het geloof in alternatieve geneeskunst om te ontsnappen aan 'het systeem'. Had je wat kanker leek dan deed je aan iriscopie, er heilig van overtuigd dat je jezelf 'ziek gedacht had' en dat de remedie in peulvruchten en Tibetaanse riten lag.

 Munro schrijft 'Amerikaans', op z'n best is dat het vastleggen van de zeden en gewoonten van een vreemde volksstam, zoals bij haar de Canadezen. In Europese literatuur zijn hoofdpersonen toch meestal alter ego's van de schrijver, en is de rest aankleding.

 Gisteren kwam ik in haar bundel Something I've been meaning to tell you (1974) terecht in verhalen als Walking over water en Forgivenes in families. En daar zijn ze - compleet met hun voor mij zo herkenbare redeneringen: de jongeman die over water zal gaan lopen, en erger, de geniale jongere broer die een in jute zakken geklede sekte meevoert naar zijn moeder die ster­vende in het ziekenhuis ligt en op de gang een luidruchtig demonen uitdrijvingsritueel ('vijfduizend jaar oud') in gang zet.

 Maar dan neemt Alice Munro de lezer weer te grazen: eerst druipt de sekte af, en dan, de volgende ochtend voelt de dodelijk zieke moeder zich al een stuk beter. Ze overleeft en getuigt trots van haar geniale zoontje. Die op zijn beurt de sekte vaarwel zegt omdat hem dat verveelt. Munro is je altijd weer te slim af.

Tags: 

­Too much happiness

 Alice Munro schreef soms anders dan anders. In het titelverhaal van haar bundel Too much happiness beschrijft ze scènes uit het leven van de Rus­sische wis­kundige Sophia Kovalevski (1850-1891). Een vrouw die last had van haar begaafdheden.

 Ze won een belangrijke wis­kundeprijs, en reisde heel Europa door maar wie wilde haar? Tenslotte werd ze als eerste vrouw ter wereld benoemd tot hoogleraar wis­kunde in Zweden. Ze was mooi en had 'onder haar krullebol een hoogst onconventionele geest', maar welke man had in die tijd zin in zo'n begaafde vrouw die ook nog e­ens over een literair talent beschikte.

 Munro beschrijft hoe ze tenslotte valt voor 'Dikke Maksim', een verre neef: 'Hij neemt teveel plaats in op de divan en in je geest. In zijn aanwezigheid is het me onmogelijk aan iets anders te denken dan aan hem.' En dat terwijl ze moest werken aan haar inzending voor de Bordin prijs. 'Ik verwaarloos niet alleen mijn Functies, maar ook mijn Elliptische Integralen' schreef ze een collega.

 Maar hield Maksim ook van haar? Hij eindigde een brief met de fatale zin 'Als ik van je hield zou ik anders geschreven hebben'.

 'Onthoud altijd dat als een man de kamer uitgaat, hij alles achterlaat wat in die kamer is' schreef een vriendin aan haar. ' Als een vrouw uit gaat neemt ze alles wat in die kamer gebeurd is met zich mee.'

 Het loopt slecht af, Sophia - al ziek - reist met boten en treinen van Berlijn naar Stockholm. Geeft nog wel haar eerste college, maar sterft dan, 41 jaar oud.'

Tags: 

Alice Munro (4)

 Ze heeft zelf genoteerd dat haar verhalen sinds haar debuut in 1968 ongewoner werden, meer sprongsgewijs in elkaar zaten en meer van de lezer eisten.

 Maar wat lucht het op eens niet langs versleten verhaallijnen te lezen. Er komt bij Munro altijd zomaar iemand binnen, het begint te sneeuwen of een herinnering dringt zich op. En je denkt 'ja, zo werkt het bij mij ook'.

 Net lees ik 'Before the change' uit de bundel 'The love of a good woman' (1998) met bij uitzondering een ik-figuur. Munro schrijft zowat nooit direct autobiografisch. Ze kijkt en luistert nauwgezet naar wat er omgaat tussen mensen in kleine gemeenschappen, gezinnen, bedrijfjes. Een Amerikaanse traditie, lijnrecht tegenover de Europese ego-cultuur.  

 Hier logeert een dochter voor het eerst in jaren bij haar lastige oude vader, een intellectuele huisarts met een hobby in geologie die geen tegenspraak duldt, en zich voornamelijk uit in een repertoire van zuchten, kuchen of nog luidruchtiger neus-keel geluiden. Al maakt hij een uitzondering voor zijn volkse huishoudster. Wat die niet weet laat haar niet alleen onverschillig, ze veracht het. En gek genoeg, dat respecteert hij.

 In de slotscene krijgt zijn dochter eindelijk de kans tegen haar vader te zeggen wat haar al jaren dwarszit. Ze praat en praat. Hij zit in de schaduw, luistert onbewogen.

 Dan komt de huishoudster binnen en zegt 'zie je dat dan niet, die man is dood'.

Tags: 

Alice Munro (3)

 Alles zou in een men­senleven anders kunnen zijn. Je was met een ander getrouwd, of niet, woonde in een andere plaats, met ander werk. Zoals in Canada tenslotte vaker voorkomt dan hier.

 Wie doet het spel niet? Een man of vrouw tegenover je in de trein wordt een voorstelbaar ander leven. Maar nee, zo'n leven zou ook jou veranderen.

 Het is het thema in veel van Alice Munro's latere werk. Bundels als haar laatste, Dear life (2012). Verhalen, die stuk voor stuk levensportretten zijn. Je leert mensen kennen. Meestal een echtpaar. Meestal kinderloos. Met wat daar omheen hangt aan col­lega's, werklieden, een hulp in bedrijf of huishouding, familie, hun jeugd. En dan. Dit is het Canadese platteland, Ontario. Uit hun kracht groeiende dorpen. De oorlog is nog maar kort voorbij. Alles beweegt in hink-stap-sprong.

 Een kras voorbeeld is de Alzheimerpatiente in het slotverhaal van in Hateship, friendship, courtship, loveship, marriage (2001) getiteld The Bear Came Over the Mountains. Waarin een huwelijk van een mensenleven verandert in de omgang met een vreemde. De vrouw is haar huwelijk vergeten, wordt verliefd op een medepatiënt in het tehuis.

 Voor het toeval is in de literatuur maar zelden plaats. Alice Munro is een van de weinigen die onze omgang met het toeval beschrijft, hanteert. Haar hoofdfiguren, man of vrouw, zoeken machteloos, hulpeloos naar zin en logica in het zinloze en ongerijmde. In hun hart wetend: alles kan anders zijn dan nu. En dat gebeurt ook.

Tags: 

Pagina's