Het Maastrichtse Bonnefanten is bedacht door de graficus en architect Aldo Rossi, nu twintig jaar geleden. Op de tentoonstelling 'Het venster van de dichter' en in het bijbehorende boek kun je zien hoe hij tekende, etste, lithografeerde. Een gek, een kind, een warhoofd dat huisjes tekent.
Dat noemt men dan een dichter. Nu ja, als de geest waait vliegt dat woordje al vlug mee. Die tekeningen zijn nu te zien, er is een boek van.
Het buitenaanzicht van zijn Bonnefanten heeft hypnotiserende rijen kleine, vierkante ramen, verwant met de lange raampjesgevels van De Chirico. In Rossi's tekeningen duiken ook komische figuurtjes op, die achter ramen rondwaren of er zich vervelen. Ook de architect steekt soms zijn kop om de hoek van zijn eigen schetsen.
Het Bonnefanten staat op vroeger industrieel terrein ‑ 'de Sfinx' ‑ aan de Maasoever en Rossi heeft industriële vormen gebruikt. De metalen toren, de 'raket', die het aanzicht bepaalt zou je als opslag van chemische vloeistoffen kunnen tegenkomen bij DSM, maar is ook verwant met de koffiepot of Italiaanse koepels. Hier kruisen grafiek en industrie elkaar.
En nu is er dan een mooi, compleet boek dat laat zien hoe hij in de gebouwde, ontworpen wereld om zich heen grabbelde naar wat hem van pas kwam, wat vaak tot komische, schots en scheve stapelingen leidde. Rossi had een idee van steden. Hij tekende, ontwierp liever stadachtige groeisels dan losse gebouwen. Zo kom je bij de onoplosbaarheid van architectuur. Hoe het ideaal van de organisch gegroeide oude stad te benaderen in nieuwbouw? Lukte het hem?