'Stille straten daar bij de zee.'
Ging het springtouwversje dat ik hoorde op een warme zondagmiddag. Op Scheveningen, niet ver van de vuurtoren. Het wijsje bleef me altijd bij, meer tekst weet ik niet.
Nu eind volgende maand toch werkelijk het boek getiteld Muzenstraat, Haagse verhalen - met Haagse tekeningen van Marcel van Eeden - verschijnt komt de vraag. Wat is er toch met Den Haag?
En aandringend: waar gaat het over?
Stuifzand, zal ik zeggen. Er zal een tram rijden naar zee. Dat moet genoeg zijn.
Nog ben ik opgelucht. Ik heb Den Haag overleefd.
Maar wat ik nou overleefd heb? Was het fietsen zonder licht, langs achterstraten? Het moet in het boek te vinden zijn. Bekijk de tekeningen van Marcel.
Ik ontkwam. Het is goed afgelopen, ik durf er zelfs weer te komen. Na vijfentwintig jaar zette ik mijn eerste schreden terug, naar Duindorp, dat Willem Brakman me had aangewezen. Hij bewaarde Den Haag voor me. Tot de laatste stoeptegel.
Wie ik ben, waar ik vandaan kom. Lees het boek en je weet het beter dan ik.
Wat je zegt dat ben je zelf.
Met je kop onder lijn elf.
Met je kop onder lijn tien.
Wie niet weg is, is gezien.