Aan het eind van zijn boekje 'The hatred of poetry' waarin wordt uitgelegd wat mensen tegenstaat in poëzie en waarom - omdat je nooit onder woorden zult kunnen brengen wat je voor de geest zweeft - komt de Amerikaanse dichter en romancier Ben Lerner op de woorden die je als kind oppikt en meeneemt zonder te weten wat ze betekenen.
Je hebt maar een vaag, intuïtief idee, En juist dat maakt ze spannend. Lerner vertelt hoe hij als vijfjarige zo'n woord door zijn mond liet rollen en probeerde het in te passen in een zin. Hij herinnert zich hoe het aanvoelde om maar een gedeelte van de betekenis te bezitten.
Ik herken dit. Mijn woord als vijfjarige was 'ingewikkeld'. Ik lag op m'n buik op een tapijt bij een wat ouder vriendje thuis. We bouwden met zijn bouwblokken een garage, die volgens hem 'ingewikkeld' zou worden. Dat onbekende woord bleef hij maar prevelen.
In dit stadium is betekenis volgens Lerner nog maar 'iets voorlopigs'. En zo, zegt hij, ontstaat poëzie. Onze garage werd een bijzonder bouwwerk.
Maar een paar keer heb ik gedichten proberen te schrijven. Het best bevielen me de ready mades die rond 1968 in de mode kwamen door het 'tijdschrift voor teksten' Barbarber. Gevonden woorden. Voorlopige woorden. Zoals in 'Hoorde Peter op de politieradio:'
14.1. Er staat een mevrouw
zonder geheugen op de
Westermarkt.
Wil even gaan kijken.
uit: Propria Cures, de bloemlezing Citroen, citroen; 'Loof de Heer' is kampioen.