September

 De tuindeur klappert, de zon staat laag. Zo kan ik moeiteloos overstappen in een titelloos gedicht van Alexander Koesjner dat juist voorbij komt:

 ‘Kordaat neemt september een bezem ter hand,/ Veegt kevers en torren voorgoed aan de kant,/ En spinnetjes in hun doorzichtige webben,/ Geknakte libellen zieltogende wespen,/ Hun voelsprieten, grijpertjes, pootjes en kaakjes,/ Loepzuivere lenzen, als cirkels zo rond,/ Hun ragfijne vleugeltjes, stuifmeel en haakjes,/ Het frêle gefrutsel dat ooit zo mooi stond.

 Kordaat neemt september een bezem ter hand/ Veegt restjes chitine weg, ruches en kant,/ Alsof een balletmeester zijn ballerina's/ Van 't podium stuurt, hen verjaagt uit de broeikas./ September begint met een bezem te vegen,/ En alles verdwijnt in de verte, in mist,/ In herfstige nachten en inktzwarte regen:/ De hoop op geluk, waaiers, franje, batist.

 Vaarwel vreugd! Tot bij de begraafplaats der vliegen,/ Het kerkhof der wespen, het graf der libellen,/ Tot in Pluto's rijk, tot aan tranen die vlieten/ En uitbloeiende Elyseïsche velden.'

 Aldus uit de bundel 'Apollo in de sneeuw' in de vertaling van Peter Zeeman. Het wachten is nu op November, de maand van Franz Kafka.